Staand op de achtergrond: vader Bart. Op de voorgrond van links naar rechts: ome Dirk, ome Jaap, ome Jan en ome Cor. Even de jongens op de foto. Ik kijk even naar ome Jantje. Die is van maart 1928. Vader Bart is van 1913. Dus als we ome Jan inschatten op twee en een half. Dan is de foto van 1930 en een half jaar. Dan is vader Bart volgens mij 17 jaar.
28 maart 2023
Op de Zandplaat
We zien hier de familie van der Vlugt op de Zandplaat:
We zien staande van links naar rechts: tante Agaath, vader Bart, tante Coby, tante Annie, zuster Luduina, die heet dan nog Rie, ome Jaap, tante Ton, ome Cor, ervoor ome Jan, op schoot bij opa van der Vlugt, ome Dirk, oma van der Vlugt. Op de voorgrond zie je twee manden met bloemen. Dat paste wel bij opa Dirk, die opgeleid hovenier was en juist goed in dit soort bloemenmanden. Ze staan voor het hun huis aan de Vijfhuizerdijk in de Haarlemmermeer. Op de achtergrond zie je hun kas.
Ik denk dat ome Jan van 1928 hier een jaar of 4 is, in het matrozenpakje. Het zou begin 1932 kunnen zijn. Vader Bart is dan 19. Hij voetbalde eerst bij NAS in Halfweg. Ome Joop, de verkering van tante Agaath stond daar op doel. Het jaar erop gaat vader Bart naar Onze Gezellen, in de hoogste afdeling van de Nederlandse Katholieke Voetbalbond. Hij is min of meer ontdekt. Onder andere met Volendam in de competitie. Als hij ging voetballen nam hij, bij een thuiswedstrijd, ome Dirk en ome Cor mee op de fiets. Van de Zandplaat in Vijfhuizen naar de Vergierdeweg in Haarlem Noord. Compleet met zijn voetbalkoffertje was dat wel wat lastig fietsen. Als 't echt niet meer ging, zette hij het ene broertje even aan de kant van de weg, dan reed hij met zijn voetbalkoffer en het andere broertje een stuk verder, daar zette hij het andere broertje even langs de kant van de weg met de koffer, fietste weer terug, pikt het wachtende broertje weer op, en fietste weer naar de "wachtplaats" enz. enz. Maar ze hadden wel een topmiddag dan.
Els en Dick bij de tuin
Santpoort in de jaren na de oorlog was een dorp met heel veel tuinders, tuinders met een klein perceel grond, vaak gehuurd, die hun grond met hart en ziel bewerkten. De percelen waren vaak met heggen begrensd. Als ze op de grond kropen zag je ze niet, soms stonden ze op en dan zag je ze. Even zwaaien en weer door. Ze verworven er een eenvoudig inkomen mee, maar waren kwetsbaar, want de oogsten konden in de problemen komen en de opbrengsten van hun tuinderijen waren soms laag, afhankelijk van de markt- en veilingprijzen. Financieel waren we thuis kwetsbaar. Maar we hadden een troef. We hadden altijd wel aardig te eten, we hadden kippen en dus eieren, met kleding hielpen de mensen elkaar door kleding door te geven, maar bovenal hadden we een stuk land, een tuinderij, schuren, kruiwagens, kisten van de veiling, landjes om op te spelen, schommels en een rekstok, een straat met nog niet veel verkeer, genoeg andere kinderen om ons heen en ouders die het zo druk hadden dat we ook niet voortdurend in de gaten werden gehouden.
En … we hadden elkaar. We waren met zeven kinderen. Er was altijd wel iemand om mee te spelen, om voor te zorgen, om even vriendjes met elkaar te kunnen zijn. Om even te troosten. Soms ook om even te pesten. En ook om even van elkaar te houden. Zo hadden we het wonder van het kleine zusje. Een heel leuk meisje, heel mooi aanwezig, met een doorgrondende blik. Elsje. U ziet haar hier op de foto. Met een trotse broer, Dick. In een ’s zondags pak. Supermooi. Even mooi samen. Even een topmomentje. Op een strategische plek in de tuinderij.
Verder op de foto: een tuinderij in de zestiger jaren. Met links de bedden met de pas geplante tulpen. Het moet ongeveer november zijn. Iets verderop aan de rechterkant zien we strobalen. Het stro moet nog op de tulpenbedden worden aangebracht. In de verte, achteraan, zien we de riethoop. In februari, nadat de kans op vorst overdag heel klein is, wordt het stro weer van de tulpenbedden afgehaald en op de riethoop gebracht. Later kan dat nog een keertje gebruikt worden. Voorbij de schuur rechts zien we de vuilnishoop, de composthoop, zouden we nu zeggen. Daar staat ook nog een kruiwagen. En dan de schuur. Wat een bezit. Met een bovenetage erbij. Een kachel erin. Stroomvoorziening!
Op de voorgrond beneden zien we de sporen van een vrachtauto. Die kwamen met regelmaat om groenten of bollen op te halen of te brengen. Het was krap. Soms kwamen ze met hun wielen in de greppel, links van het pad.
Abonneren op:
Posts (Atom)


