Over de oorlog en daarna (vervolg 4)

 21.  Forse tegenwind voor Bart

Terwijl het er voor de tuinderij van Bart zo mooi uitzag vanwege het succes met Apricot Beauty kwamen er toch weer slechte jaren. De aardbeienteelt leverde niks meer op, de groenten zoals sla, spinazie, andijvie en worteltjes draaiden met regelmaat door op de veiling, het weer was een paar jaar waardeloos en het plan om langzaam maar zeker steeds meer oppervlakte van de tuin te gebruiken voor de tulpenteelt stagneerde. Een vrachtrijder uit het dorp, Kees Oudendijk, haalde bij de tuinders de groente voor de veiling op. Die bracht het daar en voor de rest ging het daar als vanzelf in de verkoop. De volgende dag kregen we dan de veilingbrief thuis met de opbrengst. Hij bracht ook de lege kisten. In de slechte midden jaren 50 stond er op die brieven vaak dat de groente was doorgedraaid. Echt mistroostig. Terwijl het bedrijf in volle gang bleef, want in de tuinbouw bepalen de seizoenen de drukte. En de drukte was er bijna altijd.

Op vrijdag ging Bart altijd naar de (boerenleen)bank om geld op te nemen. Dan kreeg moeder Nel haar huishoudgeld en hij betaalde er zijn personeel mee. Het was al een paar keer gebeurt dat hij geen geld kreeg bij de bank. Sorry meneer van der Vlugt, U staat al wat rood, ik mag U niks meegeven. Nou, dat was wat: geen geld voor moeder Nel en haar boodschappen, geen geld voor zijn personeel van die week, gewoon blut.

Hij probeerde een krediet aan te vragen. Daartoe moest hij beoordeeld worden op kredietwaardigheid. De toets bestond uit het overleggen van de papieren, de kassier van de bank, mijnheer Tiebout moest het aan het bestuur voorleggen. Dat bestuur bestond uit boeren en tuinders uit het dorp en omgeving. Zij schatten dan de “toekomst” van zo ’n kredietaanvrager in. In het bestuur zat ook een geestelijk adviseur. De kapelaan van de parochie. Die werd erbij betrokken om de morele kwaliteiten van een aanvrager in te schatten. Dat was wel even lastig aan de Hagelingerweg. Kregen ze het of kregen ze het niet. En ook wel een beetje pijnlijk dat je zo beoordeeld werd door je collega-agrariërs. Bart ging op zaterdag aan het einde van de middag graag even een “pakje sigaretten” halen, bij het dorpscafé aan het dorpsplein. Vaak kwam hij dan thuis met een neut op, maar ook met iets lekkers voor ons. Op de achtergrond realiseerde hij zich dat de mogelijke kredietverstrekkers waarnamen dat hij naar t café ging. Hij probeerde zich er niks van aan te trekken, en hij koos dan voor de “wat deed hij nou verkeerd?” houding. Of eigenlijk “ik doe wat ik wil en daarmee basta”.

Op zo’n eind-van-de-zaterdagmiddag moment kwam hij uit de dorpskroeg, had het even heel goed naar zijn zin gehad, stapte op zijn fiets en dacht: “weet je wat, ik haal even wat slagroomwafels voor thuis” bij de patat- en ijssalon. Zo gezegd, zo gedaan, hij stapt met zijn wafels weer op de fiets enne … precies voor de Boerenleenbank viel hij, met slagroomwafels en al, met zijn fiets. Tijdens de val redde hij nog zijn slagroomwafels voor zover mogelijk, ook realiseerde hij zich dat de kassier boven de bank woonde, probeerde rustig te blijven en stapte zo snel en lenig mogelijk weer op zijn fiets. Daaaag mijnheer Tiebout. Thuis maakten we van de gevallen slagroomwafels voor allemaal een lekkere portie en daarna brak de hilariteit los. Dan maar weglachen die stress.

Als de zorgen aanhielden ging moeder Nel naar de bank, als vader Bart die dag weer was weggestuurd. Zij speelde dan op het gemoed van de kassier. Verwees ook naar haar gezin en met regelmaat kwam ze dan nog met een bedrag thuis. “Tiebout streek met zijn had over zijn hart” zei ze dan.

Om nooit te vergeten: op het dieptepunt van die periode kwam mijnheer Schoo, van de Kerkrinkelaan. Hij was van de gemeentelijke sociale dienst. Het was al winter, we zaten allemaal binnen, en moeder Nel riep vader Bart. Mijnheer Schoo, van de Kerkrinklaan in het dorp, was een heel vriendelijke heer. Voordat we het gesprek beginnen, mijnheer van der Vlugt, mogen de kinderen daarbij zijn, of kunnen ze beter even naar boven gaan om te spelen. Mhhhhm, nou, ze mogen er wel bij blijven, zei vader Bart. Wij speelden rustig verder. Door het gesprek was er een wonder gebeurd. Vader Bart en moeder Nel waren hun zenuwen kwijt en hun spanning. Om nooit te vergeten. “Die meneer gaat ons helpen” zei moeder Nel. Het was alsof er een wonder was gebeurd. Een lichtje in een donker bestaan. Elke week moest er een formulier worden ingeleverd bij de sociale dienst in IJmuiden. Dat deed ik, op vrijdag voor school. En wekelijks werd er dan een bedrag uitbetaald waarmee de zorgen min of meer hanteerbaar werden. Moeder Nel had haar huishoudgeld, waarmee ze de leveranciers weer kon betalen, Bart had weer moed en er kwamen weer wat goede resultaten op de groenteveiling.  Later, toen de resultaten weer wat beter waren, kreeg hij een rekening courant bij de Boerenleenbank. Hij mocht voor een lekker bedragje rood staan. Als voorwaarde werd er gesteld dat hij een borg moest leveren. Mensen die zouden betalen als hij faalde. Die borg werden ome Jan en tante Coby. Wel lief zeg.

Hier het gezin met de stand van zes kinderen: v.l.n.r. Coby, Jaap, Marijke,
moeder Nel met baby Ludy, Dick, vader Bart en Nel bij hem op schoot (1956).

In oktober 1954 werd Ludy geboren. Ik meen op een vrijdagmiddag. Wij werden verzocht op de middag van de 8e oktober, toen we uit school kwamen om even naar buurvrouw Reiff te gaan. Heel vreemd natuurlijk, we wisten van niks, maar zonder één woord van protest gingen we. Met etenstijd kwam vader Bart aan de deur. We hadden een zusje. Liduina, naar zuster Liduina genoemd.  De volgende dag werd ze gedoopt. Ik moest voetballen tegen TYBB uit. Net thuis, gingen we weg, naar de kerk, naar de doopplechtigheid.  Toch weer feest. Want moeder Nel weer prachtig op het grote bed in de huiskamer, vol trots en liefde, vader Bart eromheen en blij en trots op haar, een andere leiding in huis, want er was de kraamzuster die alles regelde en deed. Ook wel apart voor ons. En dan was er het wiegje met de prachtige baby, heerlijke momenten.

Zuster Luduina met broers en zwagers: v.l.r.n. ome Jan, vader Bart,
de zuster, ome Dirk, ome Cor (laag) en ome Thijs.

Zuster Luduina met de zussen en schoonzussen: v.l.n.r. moeder Nel,
tante Annie,de zuster van tante Jo, tante Jeanne en tante Coby.

Zuster Luduina, de zus van Bart, die het klooster was ingegaan, zagen we niet vaak, maar ze was er altijd wel. In het begin, toen ik nog klein was, zeg maar een jaar of acht, ging de hele familie eens in de twee jaar naar haar toe, naar het klooster of het huis waar ze bij hoorde. Dan zat iedereen in de trein en reisden we naar b.v. Venlo waar ze eerst woonde. Altijd in een kloostergemeenschap. In het begin herinner ik me, waren er perioden waarin de zusters niet spraken, en in het begin mocht ze haar familie niet zien, alleen bij sterfgevallen mocht ze ernaartoe. Dus ik zag haar toen ome Cor was gestorven, 1951, en toen oma van der Vlugt was overleden, 1952. En vervolgens toen we bijna elk jaar op bezoek gingen. Op zo een dag werden we zo verwend. De overige zusters deden hun best om er een onvergetelijke dag van te maken, ze hielpen er ook allemaal aan mee. Af en toe was er gebed. Daar deden wij dan ook aan mee. Prachtige omgeving, mooie serviezen, heerlijke maaltijden. Kosten noch moeite werden gespaard. En zuster Luduina was er echt voor ons, had voor iedereen aandacht, liet ons het klooster zien en speelde in de kapel ook nog mooie muziek voor ons. Tenslotte had ze voor ieder van ons een aardigheidje.  Later, tijdens en na de “kerkelijke revolutie” mocht ze vaker weg uit het klooster en kwam ze ook logeren, ook bij ons. De prachtige aandacht die ze aan ieder van ons, en zeker ook aan Bart en Nel schonk, was voedsel voor de ziel. In het contact met haar was het persoonlijk en vol belangstelling, sterkend. Tegenwoordig heet dat empathisch en met empowerment. Zonder dat dat al gemeengoed was had zij dat al. Ze was er ook bij op het legendarische “25 jaar getrouwd” feest van Bart en Nel. Na de nodige discussie waar iedereen aan mee deed, werd het een dag in Groenendaal met alles erop en eraan, en ’s avonds feest in een zaaltje bij de kerk. Onvergetelijke dag. Op zeker moment merkte moeder Nel op, precies op een moment van stilte, zodat iedereen het hoorde, “nou, de komende tijd ga ik meer aan mezelf denken” “ik ga het vanaf nu een beetje anders doen”. Daarmee stelde ze de code: de man leidt en de vrouw dient een beetje ter discussie. Heel mooi en ook wel een beetje ontroerend.  Omdat het recht uit haar hart kwam. De codes waren een veel te abstract begrip.

De gasten op het 25-jarig huwelijksfeest van Bart & Nel v.l.n.r. oma van Kimmenaede,
Marijke, Ellie Heeremans, opa van Kimmenaede, Els, Ludy, zuster Luduina, Coby,
moeder Nel, Dick, Heleen, vader Bart, tante Coby, tante Sjaan, tante Annie, Jaap, ome Thijs.

Het meisje in de witte jas, blauwe jurk is Ellie Heeremans. Iedereen mocht iemand meenemen die dag. Ellie was het vriendinnetje van Ludy. Ze heeft de dag meegevierd. De foto is gemaakt na de kerkdienst-met-ontbijt in het missiehuis in Driehuis. De muziekgroep van Coby had daar de thuisbasis en verzorgde ook muziek en zang bij kerkdiensten aldaar. Daarna gingen we naar Landgoed Groenendaal in Heemstede. Daar was het feest overdag. 's Avonds waren we in een zaaltje van de parochie in Driehuis. Het was een prachtige dag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.