Over de oorlog en daarna

 1.  Arbeitzeinsatz en razzia

Het zijn eigenlijk op 't oog maar gewoon woorden. Ze klinken een beetje vervelend, maar ... hoewel deze begrippen (Arbeitzeinsatz en Razzia) een tamelijk vervelende betekenis hebben, zijn het eigenlijk woorden waar de lading is afgehaald.

De lading is te erg voor de woorden die er voor gekozen zijn. Immers gevangen genomen worden zonder proces, uit je huis gehaald worden, onverwachts, afgevoerd worden in beroerde omstandigheden, onder bevel gesteld worden van Foute Lui die wedijveren met elkaar in wreedheid, dwangarbeid moeten verrichten, zonder enige bescherming of bekommernis, tot je er zo ongeveer dood bij neervalt. Onderdak, waarin je bent blootgesteld aan winterse omstandigheden zonder bescherming, dit alles onder leiding van Naziburgers die zich willen bewijzen. Ze gebruiken als middel intimidatie door willekeurig te dreigen, geweld te laten zien en te straffen. In een klimaat van willekeur. Schoppen, slaan, schreeuwen, elkaar daarin overtreffend in hun strijd om wie de wreedste is. Heel veel Haarlemmers en mensen uit andere steden in Nederland (o.a. Apeldoorn, Rotterdam, Den Haag) werden er mee geconfronteerd. Ze dragen hun hele leven de littekens mee, letterlijk en figuurlijk.

2.  Vader Bart was een van hen. Het was 6 december 1944. De Razzia van Haarlem

De feiten: De razzia in Haarlem was in de nacht van 5 op 6 december 1944. Die nacht werd ook de wijk rond de Hyacintenlaan in Haarlem door de Duitsers hermetisch afgesloten. Alle bewoners kregen een pamflet in de brievenbus met instructies. Alle mannen van 16 jaar tot 50 werden geïnstrueerd om zich bij de Duitsers te vervoegen. De mannen die hun huis uitgingen om b.v. naar hun werk te gaan liepen meteen in de val. Er werd huiszoeking gedaan om de ontbrekende mannen op te sporen. Het bevel dat de mensen in de brievenbus vonden:

Vader Bart had de razzia niet speciaal zien aankomen. Er waren geruchten over razzia’s en in verschillende steden vonden ze al plaats, met wisselende tussentijden. Zijn kompas stond echter al op overleven:  Ontwrichtingen door de oorlog. De bollenwereld, waar zij in werkten, lag op zijn gat. Geen werk meer bij van Tubbergen in Heemstede. Dat was een goede werkgever. Ontslag. Geen inkomen meer. Daarna een stukje grond gehuurd in Heemstede, aan de Manpadslaan. Meer kosten dan opbrengst. Ome Jaap, zijn broer en beste vriend begin 1944 overleden. Daarvoor nog samen een fikse misser met speculatie in de termijnhandel bloembollen die tot faillissement leidde. Teleurstelling in zijn vader die hem en zijn broer in niets van hun verlangens tegemoet was kunnen komen.  Een beroerde tijd.


Ome Jaap

Wat restte was vertrouwen in zijn overlevingskunst. Zijn fysiek was sterk en zijn oog voor kansen en kansjes was groot. Met ruilhandel had hij zich in het laatste jaar van de oorlog staande kunnen houden. En zijn huwelijk in 1944 en zijn toekomstig gezin gaven hem moed en kracht. En een doel. Zeker nu zijn vrouw en onze moeder Nel zwanger was. “Zijn” gezin. Om voor te leven en voor te vechten! Zijn broer Jaap overleed in febr. 1944. Bart en Nel kozen voor elkaar en trouwden in juni 1944. Ze waren heel blij met het huisje in de Hyacinthenlaan. In het najaar van 1944 was zijn vrouw zwanger van hun eerste kindje. Een lichtje in de duisternis?

In de nacht na Sinterklaas 1944 stonden hij en moeder Nel als gebruikelijk vroeg op. (Zij stond haar leven lang altijd gelijk met hem op, om even voor het ontbijt te zorgen, soms ging ze daarna nog even slapen). Hij zou naar de tuin in Heemstede gaan. Ze vonden die ochtend al snel het razzia-pamflet in de brievenbus. Vader Bart en moeder Nel schrokken. In een eerste opwelling, gestuwd door zijn overlevingsdrang, verstopte hij zich in een keukenkastje. Daar bedacht hij dat de onderbuurman een NSBer was, en hij was er niet zeker van dat die hem niet zou verraden als er huiszoeking zou worden gedaan. Hij hoorde ook de schoten door de Duitsers buiten. En hun geschreeuw. De intimidatie waarmee de oorlog en “zijn” oorlog de komende tijd vol mee zou zijn: schieten, geschreeuw, gedreig, geschop, slaan met stokken en knuppels. Hij koos ervoor om het risico dat het fout zou aflopen in het keukenkastje niet langer te nemen en kwam tevoorschijn, nam afscheid van zijn Nel en meldde zich bij de Duitsers. De mannen werden lopend in een stoet naar een centraal punt  in de wijk geleid. Vandaaruit werden ze naar het centraal station van Haarlem geleid en vervolgens per trein naar Amsterdam gebracht, naar loodsen aan de Surinamekade.

Bij hun afscheid aan de deur in de Hyacinthenlaan troffen Bart en Nel een Duitse soldaat die het afscheidstafereel zag. Heel haar leven onthield moeder Nel, die alleen lager onderwijs had genoten, zijn woorden: “Weine nicht Fraulein, er kommt bald wieder zuruck”.

3.  Vader Bart als gevangene tijdens de razzia

Bart vertelde later dat hij als beleid had ontwikkeld om “aan de laatste galg” terecht te komen. Om te overleven en om intimidatie te accepteren. Hij vertrouwde daarbij op zijn fysiek. Hij was in de kracht van zijn leven en één met zijn lichaam. Een sterke kerel. Hij zette vrij snel de knop om. Hij besloot de intimidatie zo veel mogelijk te ontwijken en te “verdragen”.

Heel bijzonder was nog dat tante Lenie, een zus van Moeder Nel, ten tonele verscheen. De ouders van Moeder Nel hadden vernomen dat er een razzia was Dat hun dochter en schoonzoon daarmee te maken hadden konden ze wel vermoeden. 


Tante Lenie van Kimmenaede hielp haar zus
moeder Nel bij haar zwangerschap in 1944.

Opa en oma van Kimmenaede stuurden tante Leny van de Amsterdamse Vaart naar de Hyacinthenlaan, naar moeder Nel, om te zien of ze kon helpen. Daar trof ze de ontreddering aan, in de hele straat. Tante Leny was voor de duvel niet bang. Ze hoorde dat moeder Nel het erg vond dat ze niet eens een pakje brood mee had kunnen geven. “Geef dat brood maar Nel”. En daar ging tante Leny op zoek naar de stoet mannen, en bij het station zag ze hen. Ze trok zich van geen Duitser wat aan, bewoog zich tussen de rijen en toen ze Bart zag kon ze hem nog “goede moed” toe wensen, een pakje brood bezorgen en nog beloven dat ze goed voor de zwangere Nel zou zorgen.

De mannen werden naar de treinen geleid. Ze gingen naar Amsterdam.

Uiteraard waren er meteen gedachten bij veel van de mannen om te ontsnappen. Zij die het probeerden, riskeerden mishandeling of erger. Ze werden als voorbeeld gebruikt door de Duitsers. Die zorgden ervoor dat iedereen zag wat er gebeurde met vluchtende gevangenen. Die openbare mishandelingen, bv slaan met stokken,  gingen gepaard met luid gekerm van de betreffende gevangenen, “Aan de laatste galg” werd ook zo voor vader Bart bevestigd. In Amsterdam, uit de trein, moesten ze weer in optocht lopen. Ze werden ondergebracht in een loods aan de Surinamekade. Daar bleven ze een aantal dagen. En steeds waren daar die Duitse commando’s, altijd gepaard gaande met geschreeuw en intimidatie, schoppen en slaan, altijd voor t oog van de medegevangenen.

Vanuit de loods aan de Surinamekade in Amsterdam werden ze de volgende dag naar een Rijnaak gebracht. Een Rijnaak is een bepaald binnenvaartschip dat over water goederen vervoerd. Ook naar Duitsland.

Een confrontatie voor vader Bart: ingeladen worden op een Rijnaak. Op het eerste gezicht werd er gedacht door de gevangenen “ja, hier kunnen we echt niet in met zijn allen”. En dan de Duitsers met hun schreeuwen, slaan, schoppen. De Duitsers hadden een “laadmanier” voor ogen: de mannen moesten op de laadvloer gaan zitten, met hun benen wijd. Dan kon de volgende gevangene inschuiven. Zo konden ze “rug tegen buik”. En de rijen ook tegen elkaar. Dan kon bijna iedereen erin. En zo moest het gaan.

Het is eigenlijk wel een bekend verhaal uit de oorlog. Gevangenen werden altijd vervoerd onder beroerde omstandigheden, meestal urenlang reizen op overvolle laadvloeren zonder voorzieningen. Met Duitsers die hun geweer op scherp hadden en hun overmacht misbruikten. Ze schreeuwden en tierden net zo lang tot de gevangenen op de laadvloer zaten zoals de Duitsers het wilden. In dit geval op de vloer van een rijnaak, zonder voorzieningen, dus ook zonder wc. Daar ging het binnenvaartschip het IJ op. Het stormde hard. De golven gingen hoog. Misselijke mannen. De ontsnapgedachten gingen op volle toeren. Ongeacht de risico’s. Sommigen, die goed konden zwemmen, slopen aan dek en doken over de reling het water in, in de hoop en overtuiging dat ze de oever zouden bereiken. Het was wel december.  De Duitsers schoten op hen, de ontsnappers doken zoveel mogelijk onder water. Een aantal bereikten de kant en hebben het overleefd, naar later bleek.

De Rijnaak kon vanwege stormachtige weer de reis niet vervolgen en bracht de gevangenen uiteindelijk weer terug naar de loodsen aan de Surinamekade in Amsterdam. Van hieruit stuurde Bart het beroemde briefje naar zijn zus en zwager in Amsterdam. De familie Olijkan. Zij hadden een bakkerij aan de Jacob van Lennepkade.


Na wat ontcijferwerk lees ik:

December 14, 1944

Razzia Duitsers,

Beste zwager Joop,

Zeg Joop,

Ik ben ook bij de “bevoorrechten” die bij de razzia’s gegrepen is. Ik ben hier ondergebracht in Amsterdam. Ze noemen het (hier) Surinamekade, Loots No. 4. Als jij nou nog kans ziet om een brood te sturen. Er zijn er hier al veel die wat gestuurt gehad hebben Joop.  Het eten dat we krijgen is wel goed, maar het is alleen erg weinig wat we krijgen. Ik vraag het je alleen, ik betaal de schade, dat weet je wel en anders kan je van mijn vrouw wel geld krijgen als je Nel spreekt.

Bart

Een speciaal ding van deze razzia’s was natuurlijk ook dat de familieleden niet wisten waar de geliefden waren en hoe het ze verging. De ongerustheid bij het thuisfront loog er niet om. De mannen waren domweg kwijt. Niemand wist waar ze waren en waar ze naar toe gingen, niemand wist hoe het ze verging. Een paar dagen na de ongelukkige reis met de Rijnaak werden de gevangenen ingeladen in een trein, nadat ze, weer in optocht, naar het Centraal Station in Amsterdam waren gelopen. 

Vergelijkbare omstandigheden aan boord van de trein, geen stoelen, kale laadvloeren, rug tegen buik, nauwelijks ruimte, geen voorzieningen, ook geen wc. Tierende en intimiderende Duitsers. Duitsers op de treden buiten de trein met geweren. Wie vluchtte werd beschoten. Onder de gevangenen echter werd de drang tot vluchten steeds groter. Ze hadden gezien dat de trein vaart minderde in bochten. Durfallen probeerden de kans te benutten en sprongen uit de wat langzamer rijdende trein. Soms met succes. Soms niet. Enkele keren, als mensen uit de trein sprongen, stopte de trein. Dan waren de bewakers furieus. Ze hielden de trein aan alle kanten onder schot en gingen op zoek naar de ontsnapten. Als die werden gepakt werden ze naast de trein gebracht, voor het oog van de andere gevangenen ter plaatse doodgeschoten en dan werd hun stoffelijk overschot langs de hele trein gesleept. Zodat iedereen het zag. Om het ontsnappen af te leren.  “De laatste galg?”

Het was december 1944, de tijd dat er zwaar werd gebombardeerd in Duitsland door de geallieerden. De Duitse luchtmacht daarentegen probeerde de bommenwerpers van de geallieerden tegen te houden. Vanuit dat luchtgevecht   werd de trein opgemerkt. Wat deed een Nederlandse trein op het traject naar Duitsland in die fase van de oorlog?  Belangstelling van oorlogsvliegtuigen vanuit de lucht is gevaarlijk. De trein werd beschoten. Soms kon de trein een beetje schuilen als ze in de bossen reden. Dan waren de bewakers nog fanatieker op gevangenen die probeerden te ontsnappen.

Vanaf het station in Empel in Duitsland moesten de gevangenen uit Nederland ongeveer een uur lopen naar Kamp Rees of eigenlijk Kamp Empel Rees in de woorden van Vader Bart. 

4.  Kamp Rees

Van het internet:

“Kamp Rees was in de Tweede Wereldoorlog van 1944 tot 1945 een concentratiekamp in nazi-Duitsland. Het kamp lag aan de oostzijde van de Rijn in Rees in de buurtschap Groin vlak over de Nederlandse grens. Het kamp was geen strafkamp, maar een arbeidskamp. De gevangenen moesten er dwangarbeid verrichten. De werkzaamheden bestonden uit de aanleg van militaire versterkingen voor de Duitse verdediging, , zoals het graven van sloten die moesten dienen als tankgracht.

De locatie van Kamp Rees was een uit 1850 stammende dakpannenfabriek van de familie Boers. Het terrein werd als arbeidskamp gebruikt van november 1944 tot 23 maart 1945. De grenzen van het kampterrein aan de Melatenweg werden bepaald door een moerasgebied, bosschages en een tramlijn aan de voorzijde. Op 18 december 1944 kreeg het kamp officieel de status Lager, met als naam "Ausländerlager Groine, Bauabschnitt Röhrig, Einheit Heinze". Deze naam was afgeleid van de namen van de kampleiders. Een aantal gevangenen was ondergebracht in hallen in Bienen, net ten westen van Rees”.

Kamp Rees - OVGG Oudheidkundige Vereniging Gemeente Gendringen

Zoals omschreven een oude dakpannenfabriek. Daar hoorde ook een stel loodsen bij waarin de klei werd opgeslagen evenals de al wel gevormde maar nog niet gebakken pannen die nog in de ovens moesten. Om te drogen moest men de wind en de tocht zijn werk laten doen. De loodsen hadden schuine afdaken en nauwelijks zijmuren. De wind had vrij spel.

https://www.heemkundekringbergh.nl/over-bergh/militaire-historie/kamp-rees/    

De loodsen waren leeggemaakt en er was stro op de grond gestrooid. Geen laag stro, maar wat stro. Weer werden de mannen overvallen door de gedachte dat de ruimte op zich al veel te klein was om met zijn allen in te kunnen verblijven. En dan ook nog onverwarmd en met vrij spel voor wind en tocht. Het was december en het vroor al hard. Moesten ze hier verblijven?

Maar daar hadden ze weer te maken met de ordedienst: schreeuwen, tieren, schoppen, slaan, en daar vormden zich toch weer de rijen zoals in de boot en in de trein. Op de grond zitten, benen wijd, iemand schuift ertussen, rug tegen buik, benen weer wijd, volgende ... Rijen tegen elkaar. Zo sliepen ze ook. 

De ordedienst.  De Duitsers hadden de reputatie dat ze goed konden organiseren. Die eigenschap van hen maakte het ook mogelijk dat er Arbeitseinsatz door gevangen mogelijk was. Het personeel, de gevangenen bewakers voor de kampen en de kampleiding betrokken ze uit de plaatselijke burgerij. De formele inrichting van het  bestuur in Duitsland toen werd bepaald door het begrip Gleichschaltung, gelijkschakeling. Om volledig en alleen aan de macht te komen had Hitler een tijd voor het begin van de oorlog al een gevecht geleverd. 

Dat gevecht voerde hij met andere “foute en concurrerende” groepen in Duitsland die ook opkwamen, naast de Nazi’s van zijn Nationaal Socialisme. Hij had concurrentie van andere foute partijen in Duitsland.  Rivaliteit tussen partijen in het spectrum van het fascisme. Die partijen bestreden elkaar, ook op straat. Ze verstoorden elkaars partijbijeenkomsten, zochten ruzie op straat en bestreden elkaar met harde hand. Hitler wilde dat zijn partij de enige worden. De sterkste van het land. Met zeggenschap over landsbestuur en het nationale leger.

Toen bleek dat zijn rivalen ook hun eigen legers oprichtten en ook intimiderend werden naar vertegenwoordigers van Hitler, hun bijeenkomsten verstoorden, en zo de revolutie van Hitler dwarsboomden greep hij in. In de nacht van de lange messen werden heel veel van de aanhangers van zijn rivalen vermoord. Wat overbleef moest zich richten op wat Hitler wilde.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nacht_van_de_Lange_Messen

Daarna stelde hij de Gleichschaltung in. In elk bestuur waren de vertegenwoordigers van Hitler tot de baas benoemd. Maar dan ook in elk bestuur. Van de voetbal, de speeltuin, de gemeente, de school, alles en iedereen die bestuurde moest “naar Hitler” ruiken. Eenheid van bestuur werd zo gerealiseerd. Overal Hitler aan de macht. Dat maakte het voor de vrienden en de achterban van Hitler mogelijk om “lokaal” huis te houden en al intimiderend de leiding te nemen. Ze werden beschermd. Zo konden ook de leiders van de Arbeitseinsatzkampen worden benoemd. Schorem benoemt schorem. Ze wedijverden met elkaar in Wreedheden.

Zo kunnen we de leiding van het kamp in Rees ook zien. Schorem wat elkaar overtreft in wreedheid. Uit naam van Hitler en de grote overwinning.

Zo bezien is het voor gewone mensen aldaar op de boerderijen en in de dorpen moeilijk om iets te doen. De inzet van “het schorem” is vreselijk en niets en niemand ontziend. Als je bij het schorem hoort is het ook moeilijk om daaruit te stappen. De leiders ervan moeten zich voortdurend tegenover elkaar bewijzen en zich van hun meest wrede kant laten zien. Het volkomen tegenovergestelde van een geheel zoals wij dat kennen. Alles op basis van intimidatie en wreedheid. Er is geen rem meer.

Na het dagelijkse appèl moesten de gevangen in gelid naar het werk lopen. Onder bewaking van de meest wrede Duitsers. Het stadje uit. De Duitsers wilden ze obstakels laten maken. Zodat de geallieerden opgehouden werden. De gevangenen moesten bijvoorbeeld loopgraven maken en tankvallen uitgraven. Dat is zwaar werk als de vorst nog diep in de grond zit en als de bodem dus keihard is.

Het toeval wilde dat Nico Nijssen, de zoon van Bart’s peetoom, ome Anton, ook in het kamp gevangen zat. Dat kwam door een razzia in Santpoort. Vader Bart en zijn neef hielpen elkaar waar t kon. Nico was mentaal kwetsbaarder dan Bart. Hij kon het soms niet meer aan. Vader Bart spoorde hem aan om vol te houden.

De conditie van de gevangenen ging snel achteruit. Ze hadden er last van dat hun kleding en schoeisel niet op de strenge winter en de harde ondergrond was berekend. Het eten was minder dan minimaal. Lopen werd voor een aantal strompelen en als ze de groep niet meer konden bijbenen werden ze toegesnauwd, toegeschreeuwd en tenslotte met knuppels vooruit geslagen tot ze erbij neervielen. Wie niet meer mee kon ging de dood tegemoet. Na de nodige afranselingen werden zij domweg achtergelaten langs de kant van de weg. Ze bleven in de vrieskou alleen achter en stierven na verloop van tijd, of ze strompelden nog naar het kamp, maar dan was de volgende dag nog moeilijker. De dood arriveerde temidden van de gevangenen. Nog moeilijker.

Warme kleding, stevige schoenen en medische verzorging werden een probleem voor de mannen. Voor het werk op de bevroren ondergrond waren stevige schoenen nodig, liefs ook met een dikke zool, zodat de voeten werden beschermd en niet konden bevriezen. Maar de meeste mannen hadden alleen de schoenen bij zich waarin ze van huis waren gegaan op de dag van de razzia. Die schoenen gingen kapot door het werken in zulke moeilijke omstandigheden. Ook de kleding werd een probleem. Zoveel hadden de mannen niet bij zich en de kleding was ook niet bestand tegen de strenge vorst aldaar. Bovendien konden de kleren nauwelijks gewassen worden dus dat werden na verloop van tijd ook lompen.

In de barak van de dakpannenfabriek konden mensen ’s morgens vaak niet meer opstaan. Helemaal gebroken. Een aantal overleed ’s nachts.

Vader Bart kon zeggen dat zijn grootste dilemma was wanneer je de schoenen nam van iemand die aan het overlijden was. Iedereen aasde op goeie schoenen. Als iemand in zijn laatste uur kwam was men ook dicht bij t moment dat de schoenen naar een andere eigenaar konden gaan. In het begin wachtte men eerbiedig tot degene was overleden. Later, toen de winter en de schaarste en de armoe zo een sterke invloed kregen konden de collega-mannen- gevangenen de verleiding niet weerstaan om alvast vlak voor het overlijden van een gevangene zijn schoenen te nemen. Vader Bart vond dat t allerergste wat hij meemaakte, ook al wist hij dat t te begrijpen was: iedereen probeerde te overleven onder de hoogst mogelijke druk, het ging om ieders leven! “Jij of ik” was meer dan ooit  op de voorgrond gekomen. Hij moest er wel aan meedoen om overeind te blijven in de overlevingsstrijd. Bijvoorbeeld met zijn ruilhandel. Maar hij vond t verschrikkelijk.

Hij leerde ons krachtig om niet alleen van slechte Duitsers te spreken. Hij moest van zichzelf meteen dan zeggen dat er ook goede Duitsers waren. Zo was daar de boerin die de stoet met mannen op de terugweg naar kamp Rees, langs haar boerderij, zag komen en zag lijden. Ze hoorde de Duitse wachters schreeuwen en tieren. Zij had bij de boerderij aan de weg konijnenhokken staan. Als de stoet langs kwam ging zij de konijnen voeren met………een paar warme maaltijden. Toen vader Bart dat eenmaal wist liet ie zich een beetje afzakken van de grote groep, ging dan zogenaamd even naar de konijnen kijken en nam dan de maaltijd mee. De mannen hadden afgesproken om omstebeurt van dit buitenkansje gebruik te maken en dat lukte hen ook. Een maaltijd was goud waard. En de boerin nam het risico. Als ze betrapt zou worden zou ze flink in de problemen komen. “Een goede Duitse”!

Een andere bijzondere goede Duitser woonde bij het station. Ik meen dat het in Empel was. Weet ik niet zeker. Het adres circuleerde onder de gevangenen. Ze moesten het een beetje organiseren zodat om en om iemand naar het adres kon gaan. Daartoe moesten ze dan een beetje ongemerkt het kamp uit zien te komen, naar het station lopen en op de deur van het bovenhuis naast het station 3 keer kloppen. Na een klein tijdje ging de deur dan open en stond er in het halletje een dampend bord met stevige pap klaar. Denk aan havermout. Deur dicht en in het halletje kon dat bord heerlijke pap dan naar binnen gewerkt worden. Daar knapt een mens van op! Top van die Duitse mensen.

5.  Overleven als brandstof

Bart’s talent voor ruilhandel was een talent dat hij inzette. Hij kon zich dingen ontzeggen en de mannen hadden zo een grote behoefte aan sommige spullen dat ruilen een lonend spel werd. Sigaretten voor brood. Brood voor een trui. Horloge voor sigaretten. Enz.

Bart was er handig in en verzamelde zo het één en ander. Het was overlevingswerk en ook een goede afleiding. Maar hij moest wel opletten want t was op t kantje. Als t uit zou komen……..

Op 't kamp was een blokhut. Die fungeerde als werkruimte voor de kampleiding en ook als een ruimte waarin gevangenen werden gestraft door middel van stokslagen terwijl hij op een tafel lag. De mannen schreeuwden dan zo hard van pijn en angst dat het hele kamp deelgenoot was van de gruwel. Weer een vorm van intimidatie, die de gevangenen in het gareel moest houden. Dat zou er met je gebeuren als ze zin hadden om iemand af te ranselen. Of als je regels van de kampleiding overtrad. Ik geloof dat vader Bart één keer de klos was.

Er kwam later een heftig moment waarop vader Bart apart genomen werd door een bewaker. Hij moest mee en de bewaker maakte Bart duidelijk dat ie zwaar in overtreding was geweest. Zijn ruilhandel was gezien. De bewaker was heel streng en boos. “Du wirst heute Abend tot geschossen” !  Bart zag t somber in, toch betrapt, overleven mislukt, daar ging hij!  Doodgeschoten worden. Hij had geen adem meer. Hij zat in de val. Tot de bewaker hem aankeek en zei: “Gebe mich ein Uhr”.  “Heute abend oder morgen Früh”. “Anders zwaait er wat voor je”. Hij had te maken met een bewaker die zichzelf verrijkte. En die hem nu in zijn greep had. Gelukkig wist vader Bart zich te redden door alsnog een horloge te ruilen met een collega gevangene tegen iets anders waardevols dat Bart nog had. Overleefd!

De finale beproeving moest nog komen. De tijd verstreek, de bombardementen op Duitse steden namen toe, de winter was streng, de mannen waren uitgeput. En nu heerste er Dysenterie onder de gevangenen. Dat virus of die bacterie wordt overgedragen via het drinkwater. Dysenterie bracht o.a. langdurige Diarree met zich mee.  En onder de verzwakte mannen in het kamp was de ziekte vaak fataal. Bart was op zijn hoede tegen de onzichtbare vijand. Op een ochtend merkte hij dat hij diarree had. Fataal moment. Hij zocht zijn oerkracht, liep naar buiten, zocht een sloot, stootte een gat in het ijs. Trok zijn broek en onderbroek uit. Waste zichzelf schoon met het water uit het wak. Waste zijn broek en onderbroek schoon in hetzelfde wak. Trok alles weer nat, maar schoon, aan. Liep terug naar de barak. Nam zijn plaats weer in, in de rij en pushte zichzelf om zijn bloed flink te laten stromen zodat hij weer warm kon worden. Het is hem gelukt. Hij overleefde de aanval van Dysenterie.

6.  Maart 1945: de val van het kamp Rees

Wanneer ze het kamp hebben kunnen verlaten is mij niet helemaal bekend. Het zag er voor Duitsland, militair gezien, steeds slechter uit, de geallieerden rukten op en de Russen vochten zich ook een weg naar Duitsland. De prioriteiten werden door de wrede Duitsers en de kampleiding, meer verlegd naar overleven van henzelf.  Dat moest ook wel, de bevrijders waren al heel dichtbij, en voor de kampleiders zouden er dan flinke straffen kunnen vallen. Ze  zorgden liever voor hun eigen hachje en lieten de leiding van het kamp over aan anderen. Bovendien waren de bewakers ook beducht voor de slechte gezondheid van de gevangenen en voor de besmettelijke ziekten die uitbraken.

Ik las dat op 23 maart 1945 het kamp is opgeheven. Maar daarvoor was de bewaking al minder accuraat. Zo kwamen vader Bart en zijn neef Nico Nijssen de laatste dagen van het kamp met een groepje min of meer weg, volgens zeggen geholpen door een medische verklaring van een dokter. En door geweldige mensen uit de grensstreek tussen Duitsland en Nederland. Zowel Nederlanders als Duitsers. Zij hielpen de Nederlandse gevangen die wegliepen uit het kamp, door de bossen van Duitsland naar Mechelen of Dinxperlo, terug naar Nederland. Zo kwamen vader Bart en Nico Nijssen in Dinxperlo de grens over. De terugreis kon een aanvang nemen, zeker ook toen de mensen uit Mechelen en Dinxperlo die de gevangenen hielpen hen ook nog de juiste (vervalste) persoonsbewijzen beschikbaar stelden. Zo konden ze langs eventuele Duitse controles komen.

Ze kregen er ook een onderdak. Ze brachten de nacht door op een boerderij, in de hooiberg. Daar sliepen ze prima en lekker warm. En ze werden ook nog voorzien van prima maaltijden. Even geen zorgen meer over bewakers! “De hemel”! De volgende ochtend gingen ze na een best ontbijt op weg naar huis. Voorlopig lopend. Ze waren net de boerderij af, een paar honderd meter verder. Toen ze zagen dat een bommenwerper zijn bommen op juist die boerderij gooide. Binnen no time een enorme brand. Ze konden niks meer doen. Toch nog weer de hel! Uiteindelijk gingen ze verder. Bedroefd en machteloos.

Tussen Dinxperlo en Haarlem heb je ongeveer 166 km. Ze waren sterk verzwakt. En ze moesten lopen. In Nederland was er ook nog steeds flink oorlog. Het was oppassen. Ze hadden wel wat papieren meegekregen maar het was niet helemaal zeker dat ze daar mee door de bezette gebieden konden komen. Laten we aannemen dat t 10 dagen lopen is, dan moesten ze 16 km per dag afleggen. Met nog wat extra oponthoud, maar ook soms met een lift met een paard en wagen of soms een lift met een vrachtautootje zou dat zo gek niet zijn ingeschat. Ze sliepen onderweg meestal op een boerderij in de hooiberg. Ze zullen af en toe een dag rust moeten hebben gehouden. Ik neem aan dat ze er twee weken over hebben gedaan. Als ze half maart uit t kamp vertrokken zijn dan zouden ze eind maart/begin april 1945 thuis kunnen zijn. Dat hou ik maar aan. We kunnen t aan niemand meer vragen. Het plan om elke dag een stuk af te leggen lukte aardig. Ze hadden soms inderdaad geluk met een lift. En ze waren opgelucht dat ze uit het kamp waren gekomen. Die gruwelen lagen even achter hen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.