13. Vooruitkijken Bart!
Ondertussen was Bart diep van binnen gericht op de ontwikkeling van zijn nieuwe tulp die later Apricot Beauty ging heten. Elk jaar had hij er een paar meer. Een regel van een cm of 50. Het jaar erop een regel van een meter en nog wat meer. De tulp bleek goed te groeien. In 1951 en 52 liet hij broeiproeven nemen bij Frans van der Hoek in ’t Veld, een gehuchtje bij Nieuwe Niedorp. Van der Hoek had een broeiproevenbedrijf. Frans had connecties met de leiding van het Proefstation voor de Bloembollenteelt. Zij zagen hem als expert. Hij kon bewijs leveren dat een tulp b.v. met Kerstmis in bloei kon komen. Dat bewijs was de basis voor de officiële beoordeling van de tulpenvariëteiten. Die beoordeling gaf de officiële zekerheid van de kwaliteiten van een tulpensoort. Met Kerstmis in bloei was toen voor maar weinig soorten weggelegd. Als dat officieel was werd dat een extra voordeel voor de nieuwe soort.
De grote bloembollen exporteurs uit de bollenstreek hadden meestal afnemers die bloembollen broeiden in hun kassen om ze vroegtijdig te kunnen “plukken” en als bosjes tulpen op de markten te kunnen verkopen. Des te beter dat lukte, des te hoger in aanzien kwamen die exporteurs. Daar wilden die exporteurs naar toe! Op zaterdagen in december in de vroege jaren vijftig had van der Hoek zijn bedrijf in het gehuchtje ’t Veld bij Nieuwe Niedorp geopend voor bezoekers. Zij konden bij hem in de kassen de vorderingen van het “voortrekken” van de bloembollen bewonderen en de tegenvallers onderkennen. Het werd op zaterdagen in de wintertijd een ontmoetingspunt voor bloembollenkwekers, handelaren, deskundigen uit de sector, broeiers in de kassen, opleiders, bloemenboeren etc.
Via de bloembollenbeurs en tulpententoonstellingen had vader Bart contact gekregen met Frans van der Hoek. Hij gaf hem wat bollen van Apricot Beauty waarmee van der Hoek aan de gang ging om na te gaan of ze met Kerstmis in bloei gebracht konden worden. Om het geheel van de proef te kunnen volgen moest Bart op zaterdagmiddag in december en januari in Nieuwe Niedorp zijn. Maar hoe komt een mens daar, in het begin van de vijftiger jaren, vanuit Santpoort als hij geen auto heeft?
Bart probeerde te achterhalen of andere tuinders uit Santpoort met een auto er ook naar toe gingen. En of hij dan mee kon rijden? Hij vond het armoedig om het steeds te moeten vragen, maar hij deed het toch en meestal lukte het wel. Nico Nijssen bv ging er regelmatig naar toe en die had een auto. Enne …die kende hij nog uit de gevangenschap in Duitsland. En als Nico niet ging, probeerde hij het nog bij wat andere kwekers uit de buurt.
Frans van der Hoek en Bart konden het heel goed met elkaar vinden. Frans van der Hoek gunde hem succes met zijn tulp en deed er ook alles aan om er een succes van te maken. Dat was heel wat anders dan de gevestigde bollenboeren uit de bloembollenstreek. Die keken echt wel neer op de kleine tuinders in hun omgeving. Bart respecteerde Frans van der Hoek op zijn beurt ook sterk en volgde zijn adviezen letterlijk en nauwkeurig op.
Bart zorgde er in 't najaar van 1951 ervoor dat van der Hoek drie stuks bollen van zijn tulp kreeg. Van der Hoek zette die dan op een drietal potjes met één tulp. En hij probeerde uit hoe vroeg in december en januari ze in bloei konden komen. Hij deelde zijn werkwijze en stelde de resultaten openbaar beschikbaar. Een betrouwbaarder beeld kon bijna niet. Het bleek goed mogelijk om de tulp van Bart met Kerstmis in bloei te krijgen. Goed nieuws. Want bloemenkwekers met een verwarmde kas konden ze dan opkweken en de bosjes tulpen vlak voor kerstmis aan de winkels af leveren. De klanten hadden veel over voor een mooi bosje tulpen in huis tijdens de kerstdagen. De kwekers konden dan hogere opbrengsten verwachten op de bloemenveiling. Lang niet elk soort tulpen leent zich ervoor om met Kerstmis in bloei te komen. Bart moest bewijzen dat dat zou lukken met zijn tulp. En Frans van der Hoek hielp hem om dat te bewijzen. Wederzijds respect en een gezamenlijke doelstelling: wat wil een mens nog meer. In december 1952 werd de tulp getoond op de bloembollenbeurs in Haarlem. Frans van der Hoek kwam daar elke maandag om vorderingen met broeien te laten zien. Nu stond daar ook de tulp van Bart. 1 op een potje. Sensatie in het Krelagehuis in Haarlem. Men vond de kleur prachtig. Mutatie van Imperator, dat was al een goed handelsmerk. Bekend ook bij de kenners. En dan die mooie kleur.
Nog meer over van der Hoek. Dit is een website waarin de zoon van Frans, Jeroen, vertelt over hun wereld. Frans staat er ook op de foto. Mooi.
Over Jeroen – Dutch Flowering Bulbs
14. December 1952, Coby is er
Het belangrijkste is dat Coby werd geboren. In december 1952. Een gevoelig “cadeau”, want een paar maanden ervoor was Moeder Coba, de moeder van Bart overleden na een lang ziekbed. Verwijzing naar de naam van Coby is dan niet moeilijk. Moeder Coba was in het leven van Bart altijd prachtig aanwezig geweest. Hij kon op haar bouwen en hij wilde ook dat ze het goed had en dat ze uit de verf kon komen. Andersom was er een apart plaatsje voor Bart in haar hart. Oma Coba had anderszins te lijden van een regel die algemeen gold in haar tijd: de vrouw heeft de plicht om haar man te dienen. Die plicht was belangrijk voor oma en daardoor zaten opa Dirk en vader Bart met enige regelmaat in elkaars vaarwater. Opa Dirk was er meer op uit om de jonge Bart in te zetten voor zijn eigen plannen, Bart werd door hem wat meer gezien als “knecht”. En oma koos dan voor haar plicht: dan ging haar man voor! Oma moest dat allemaal loslaten want ze werd erg ziek, langdurig ook en overleed eind 1952.
De geboorte van Coby werd als een bijzonder geschenk ervaren, zo een paar maanden na t overlijden van oma van der Vlugt Nijssen. Ik meen dat Coby in de nacht is geboren. Vaag herinner ik me dat we ’s morgens beneden kwamen, beetje gehaast, want naar school. Jullie hebben er een zusje bij. Feest in huize van der Vlugt, andermaal. Maar misschien heb ik dat wel mis.
In het begin van 1953 emigreerde vader Bart oudste zus Agaath met haar man Joop en hun gezin naar Nieuw Zeeland. Ze vertrokken met de boot, de Sibajak. Bij het verdrietige afscheid aan de kade in Rotterdam (alle van der Vlugten probeerden flink te zijn) voelde iedereen wel aan dat het misschien wel afscheid voor altijd was, zo ver weg. Alleen een brief was dan nog de communicatie die mogelijk was. Hun geliefde grote zus uit hun midden. Dat kwam aan. Een gevoelige tijd. De geboorte van onze Coby was echt een beetje troost en hoop.
15. In februari 1953 gebeurde weer een wonder met de Tulp van Bart : Game, Set en Match!
Frans van der Hoek had zijn werk perfect gedaan. De tulp van Bart werd gepresenteerd aan de keuringscommissie van de Vereniging voor Bloembollencultuur, het officieel orgaan van de bloembollensector. De presentatie was op de bloembollenbeurs. In de vorm van één tulp op één potje. Zonder naam. Hij werd ter keuring aangeboden. De keuringscommissie, een hoogstaand orgaan in de tulpenwereld, moest de tulp beoordelen en beschrijven. Zodat hij altijd ook geïdentificeerd kon worden als díe en díe tulp. Hij moest een naam krijgen. En de naam van de “founder” kwam ook in de boeken.
De tulp was eind 1952 en begin 1953 al twee keer gezien door de keuringscommissie. Nu was er de definitieve keuring. Als die ook in orde was, dan was er officiële erkenning van de tulp. In de erkenning zou dan ook komen te staan dat hij al voor kerstmis was gezien door de keuringscommissie. Met de coaching en het broeiproevenwerk van Frans van der Hoek kon de kroon op de zorg en het werk van Bart komen. Toen vader Bart, begin februari 1953, op de bloembollenbeurs in het Krelagehuis aan de Leidsevaart in Haarlem aankwam merkte hij al dat er iets van opwinding was. En ja, dat had met “zijn” tulp te maken. Mensen spraken hem aan. De telefoniste riep zijn naam met regelmaat om: “Ding dong: telefoon voor de heer van der Vlugt in kamer 3”. Of eigenlijk: Ding dong: telefoon voor de heer van der Vlugt van C. van der Vlugt van Kimmenaede. Want zijn kwekerij stond op naam van Moeder Nel. Dat leek ze beter, vanwege het faillissement van Bart en zijn broer Jaap in het begin van de oorlog vanwege mislukte handel en speculatie.
Ding Dong … En dan liep hij naar die telefooncel en dan voelde hij dat iedereen keek. Hij was best verlegen, maar leerde zichzelf ter plaatse om daar niet aan toe te geven.
Na de keuring, die in afzondering plaats vindt, liep hij naar zijn tulp. Het keuringsbewijs lag erbij. 100 % in orde. De variëteit was beschreven en officieel erkend. Nu nog een naam. De mensen die om hem heen stonden bemoeiden zich er mee en deden suggesties. Iemand zei: “Apricot Beauty”. Mooier kon niet. Dát werd de naam. Vervolgens werd hij door tal van mensen aangeklampt. Zij vroegen om informatie over de tulp. Een paar kwekers uit de kop van Noord-Holland toonden stevige belangstelling. Niet veel later op die dag konden er onderhandelingen beginnen. Zij wilden weten hoeveel hij van de tulp, die nu Apricot Beauty heette, had. Dat had er mee te maken dat zij het grootste aandeel in de tulp wilden verwerven. Een beetje richting monopoly. Bart had 10 regels van een meter geplant. De handel ging in kilo’s. De verwachting zou zijn dat de opbrengst na het rooien ongeveer vier kilo zou zijn. Ze wilden meer dan de helft. Uiteindelijk deden ze een niet te missen bod op wat zij dachten dat de helft zou worden van Apricot Beauty in de zomer van 1953. 2 ½ kilo. En een beste prijs. Een bedrag dat in de buurt kwam van 1/2 van zijn gebruikelijke jaarinkomen. Deal? Deal! Een mooi succes voor Bart.
Dit was in februari 1953. In juni 1953 rooide Bart een prachtige oogst. De tulp was enorm goed gegroeid. Na de weging bleek dat Bart na aflevering van de 2,5 kilo aan de kopers nog steeds marktleider was. Hij had 3,5 kilo over. Hij zou nog jaren inkomen genieten van Apricot Beauty. Gebleken een goede groeier. Top.
Thuis gekomen op de maandag dat Apricot Beauty gekeurd, erkend en voor een deel voor zo een mooie prijs verkocht was, kon hij moeder Nel ‘t grote nieuws vertellen. Even weg de zorgen. Schulden aflossen en nog wat overhouden om te sparen en te investeren. Ze dansten en sprongen in de keuken. Wij, de kinderen, sloegen het gade. Zoiets hadden we nog niet eerder gezien! Onbelemmerde viering aan de Hagelingerweg. Ontlading bij onze ouders! Feest. Even geen zorgen. Trots op hun (en later ook onze) ”tulp”.
Er viel weer wat te investeren. Toch weer helpers?
Bart had een paar mensen ontdekt die bij de Hoogovens in de continue dienst werkten en die, buiten hun diensten nog wat wilden bijklussen, zwart. Dat was wel een lastig dingetje, want het mocht niet, je kon problemen met de belastingdienst krijgen, het moest ook een beetje geheim blijven want vertegenwoordigers van de vakbond zouden er werk van maken en het aanklagen. In het dorp bleef niet zoveel onbesproken. Maar t kon ook niet veel anders meer, te veel werk voor 1 persoon. De mannen die naast hun baan bij de Hoogovens nog wat wilden bijverdienen, wisten ook wel dat t niet mocht. Zij liepen ook een risico. Maar t was zwart en voor alle partijen aantrekkelijk en alle partijen hadden er belang bij dat t niet bekend werd. Wel spannend in zo een dorp. (nu schrijf ik t op, foutttt) Via ome Willem Tervoort uit IJmuiden (de eerste helper) werd er geregeld wie er nog meer nodig waren. Als er werk was kwamen ze, als er geen werk was kwamen ze niet. Het liep voor wat de werkdruk betreft als een trein.
Na de succesvolle verkoop van een deel van Mendeltulp Apricot Beauty kon er (naast in medewerkers) nog wat meer worden geïnvesteerd. Het werd een wonderlijke investering. De zware grond waarop hij tuinde bracht bij Bart een apart verlangen naar boven. Hij wist inmiddels dat er Zandgrond op anderhalve meter diepte zat. Kans? Zandgrond, dat zou geweldig zijn: schoon, gemakkelijk te bewerken, kalkrijk (goed voor tulpenteelt). Hij liet een dragline komen en die zette de grond zo diep om dat er na een dag of veertien over een flinke lap grond een prachtige dikke zandlaag bovenkwam. Schitterend, letterlijk en figuurlijk.
Omdat Bart zelf nog een flink aandeel had in zijn tulp, Apricot Beauty, zag de toekomst er rooskleuriger uit dan ooit. Zijn tulp was een goede groeier, de vraag was groot en de beste prijs zou nog wel een aantal jaren zo mooi blijven.
Even uit de zorgen Bart en Nel. Ook goed voor het oorlogstrauma …
In de zomer van 1953 werden de tulpen Apricot Beauty afgeleverd. Zonder auto was dat een beetje ongemakkelijk, en met de post sturen vond hij niks. Bart besloot een taxi te nemen, haha, helemaal naar drie plaatsen in de kop van Noord Holland. Twee adressen in Bovenkarspel, eentje in Avenhorn. “Enne chauffeur, rijdt ook even langs Frans van der Hoek in t Veld, Nieuwe Niedorp, dan breng ik daar meteen de bollen voor de broei en presentatie met Kerstmis op de bollenbeurs.”
Dick, Marijke en Jaap mochten mee. Schitterende reis in een auto, taxi dus voor hen. Meteen ook goed voor onze aardrijkskunde. Taxi Stegemeier genoot mee.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.