Over de oorlog en daarna (vervolg)

 7.  Naar huis!

De power van de Nijssens kwam ook nog even om de hoek kijken. Vader Bart trok op met zijn neef Nico Nijssen. Ze hadden alle twee al die tijd samen in kamp Rees gezeten. Ze moesten dezelfde richting en Bart kon Nico moed in praten. Dat was nodig ook want die was er mentaal slecht aan toe. Op de één of andere manier had Ome Anton er bericht van gekregen dat zijn zoon onderweg was naar huis. (Misschien bestond er al telefoon, of was het via de post gegaan). En ome Anton stuurde twee dochters, dus zussen van Nico, met een vrachtwagentje naar (vermoedelijk) het midden van het land, ik denk in de omgeving van Utrecht. Hoe weet ik niet, maar het lukte de zussen om Nico en Bart op te sporen. Een auto met chauffeur voor de heren! Bijzonder, vanuit nu gezien, is dat Bart niet meeging.  Hij nam afscheid van Nico en de zussen. En ging verder zijns weegs.

Het kan goed zijn dat Bart een ander plan had. Het zou kunnen dat hij op Amsterdam focuste. Om eerst, voordat hij thuis aankwam, na te vragen hoe het thuis was. Aan zijn zus en zwager, met wie hij een bijzondere band had. Ze hadden een bakkerij en bakkerswinkel in Amsterdam, aan de Jacob van Lennepstraat, hoek Bilderdijkstraat.

Daar kwam hij namelijk aan, op een avond, al nadat de avondklok was ingegaan en de verduistering al verplicht was. Hij mocht officieel niet eens meer op straat zijn. Neef Richard, die nu in Nieuw-Zeeland woont, toen een jaar of zeven kan het goed vertellen.

De bakkerijwinkel was al dicht, de avondklok was ingegaan en de verduistering was van kracht. De gordijnen waren dicht. De maaltijd was net verorberd en tante Agaath was in de keuken. Opeens werd er op het raam geklopt, een paar keer achter elkaar. Richard, onder de indruk van het geklop, riep zijn moeder. En dacht dat ze open zou doen. Maar dat deed ze niet, want ze wilde geen moeilijkheden hebben. Het kloppen herhaalde zich en Richard drong aan bij zijn moeder om open te doen. Maar ze wilde het niet, “laat maar gaan, het mag niet meer en straks hebben we moeilijkheden met de Duitsers, niet doen.” Toen het kloppen aanhield probeerde Richard door een kier van de verduistering te kijken wie of wat er was. Toen zag hij “ome Bart”. Hij riep zijn moeder weer en nu deed ze de deur van 't slot. “Bart!” Bart vroeg bijna meteen naar zijn vrouw enne … of er al een kindje geboren was! Hij hoorde het goede nieuws, kindje was er, moeder en kind in orde, ze waren op de Zandplaat, hij kon er “morgen” naartoe.  Hij had nu het goede nieuws, een slaapplaats, veilig bij zijn zus, en er was voor de volgende dag een fiets beschikbaar. (Niet ver meer, van Amsterdam naar Haarlem!). En een fijne maaltijd. Topneef!!  Topzus!!  

Tante Gaath en Richard zagen hoe vader Bart zwaar vermagerd was en onder de luis zat, een dikke laag luis. Ze hielpen hem zo goed en zo kwaad mogelijk om zich te wassen met goede zeep. Legden een beetje schappelijke kleren voor hem klaar. Deden zijn “lompen” in de vuilnisbak. En boden hem een goede nachtrust. De volgende dag stapte hij op de leenfiets van ome Joop en tante Gaath en fietste naar de Zandplaat aan de Vijfhuizerdijk in de Haarlemmermeerpolder. 

8.  Hereniging met “thuis”

Zijn ouderlijk huis. Daar zag hij zijn vrouw Nel en zijn ouders en zijn broers en zussen, die daar nog woonden, terug. En de baby. Iedereen in goede gezondheid, voor zover je dat kon zeggen in maart/april 1945.

Zo bezien is het een reële inschatting dat hij in de laatste dagen van maart 1945 herenigd werd met zijn vrouw en kind. Dan is hij in een hele slechte winter, onder barbaarse omstandigheden ruim 3 maanden gevangen genomen geweest. En onder moeilijke omstandigheden in ongeveer twee weken tijd naar huis gelopen, gelift en gefietst. Overleven met een hoofdletter.

De familie op de Zandplaat maakte zich zorgen over hoe vermagerd hij was en hoe de luis op heel zijn lichaam zat. Ze brachten hem één van de volgende dagen naar het ziekenhuis, de Mariastichting in Haarlem. Daar was een voorziening om te worden ontluisd. Dat lukte goed. Veel beter zo! Ome Jan, de jongste broer van Bart, toen net 17, kon altijd nog weer vertellen hoe verwilderd vader Bart terug was gekomen. “Als tie moest kakken ging hij gewoon zitten waar hij was, veegde zijn kont af met wat er in de omgeving beschikbaar was, b.v. gras, trok zijn broek weer omhoog en ging verder met waar hij mee bezig was”, ook als hij aan het helpen was om prei te verkopen aan mensen die in de hongerwinter op zoek waren naar etenswaren. Die vormden een lange rij totdat ze aan de beurt waren. Daar zat Bart om de prei af te leveren enne af en toe was hij dus even met wat anders bezig ...

Langzaam maar zeker kwam hij wat tot rust en herstelde hij wat. Zeker ook onder supervisie van oma van der Vlugt die heel goed wist wat goed was voor mensen om te herstellen. “Hier, neem nog Biest”, de eerste melk van een koe die gekalfd heeft, heel goed spul om te herstellen. Zij was de koningin van het nabuurschap. Wist altijd iedereen in de buurt te helpen, wist ook wat er aan goede etenswaren beschikbaar was in de buurt. Denk aan melk, eieren, vlees, groenten, tarwe etc. Moeder Nel herstelde mee en zo kwamen de krachten beetje voor beetje terug.

9.  Naar Santpoort

Na verloop van tijd vonden ze een huis in Santpoort, aan de Hagelingerweg 183, (nu 283). Hun hele gezin, behalve de oudste dan, is er geboren ... Ons huis! Het had in het begin nog oorlogsschade. Ze konden alleen boven wonen. Een leuke bijkomstigheid was dat naast hen Piet Kraak woonde, de doelman van Stormvogels en later ook van het Nederlands elftal. Een half jaar later, zeg maar eind 1945, was ook het benedengedeelte hersteld, en konden ze het hele huis gaan bewonen. Karakteristiek was dat het hele huis van binnen bruin geverfd was.

Vader Bart kwam er ook als tuinder aan de slag op de ruim 1,2 hectare grond die pal achter het huis aan de Hagelingerweg lag. Hij pachtte dat van de heer Uitendaal van de Kruidbergerweg. Ik denk dat hij dat in pacht kreeg na bemiddeling van dhr. Jan Maarschalk, een betrokken vriend en Santpoorter.  Voormalig handelspartner van vader Bart en Ome Jaap. En handelsreiziger, vertegenwoordiger, bij ome Anton Nijssen, de vader van Nico. Maarschalk is later voor zichzelf begonnen als bollenkweker en bloembollenexporteur. De “Maarschalken” vormden een bekend Santpoorts katholiek gezin.

Vader Bart en Jan Maarschalk deelden, naast hun vriendschap, ook een teleurstelling in Ome Anton Nijssen, de grote bloembollenondernemer in Santpoort. Die deelden ze ook graag. Dat gaf hun vriendschap een extra laagje.

Bart vond in zijn tuinderij afleiding voor zijn oorlogservaringen. Hard werken, de tuinderij runnen, het gezin zien groeien … Merkwaardigerwijze had hij meteen, toen hij er kwam te wonen, ook een big en een geit onder het afdak staan. Er was al snel een kippenren met mooie kippen. Een paar konijnen. Een beetje voor de zekerheid, een beetje voor “lekker eten”, een beetje vanwege zijn aanleg voor “ruilhandel”, en denk ik ook gewoon een beetje vanwege zijn idee van hoe een “compleet erf” eruit zou moeten zien. Hij was er mee opgegroeid.

Meteen in zijn 2e jaar als tuinder in Santpoort (1946) bemerkte hij een mutatie, in een bed met tulpen “mendeltulp Imperator”, die paars/rood van kleur is. Een mutatie in de biologie is een enkele verandering in de plant. Voor de rest blijven alle andere eigenschappen hetzelfde. De verandering is definitief en blijvend.

In dit geval zag hij een abrikooskleurige mutatie van Imperator. Van paarsrood naar Abrikooskleurig.  Hij zag meteen de potentie … Een wonder. Hij voelde het. Het ging om maar één exemplaar van de tulp. Als je die oprooit later heb je meestal een grotere bol en een paar kleintjes. Daar moet je dan mee verder telen. Hij was gegrepen door het aandeel in veredeling die hem ten deel zou kunnen vallen. De Nijssens waren zijn voorbeelden als het om veredeling ging. En nu kon hij zelf meedoen. Precies wat hij altijd al hoopte en wilde. Hij was er klaar voor. Hij ging heel voorzichtig en zorgvuldig met zijn nieuwe tulp om. Zo zette hij een hekwerkje van gaas om de enkele exemplaren van zijn nieuwe tulp, zodat geen dier of vogel erbij kon komen. 

10.  Bijzondere jaren aan de Hagelingerweg

In 1947 werd Marijke geboren. Het was altijd heel feestelijk als er bij ons een baby’tje was geboren. Moeder Nel trots en blij dat ze weer iemand het leven had kunnen schenken. Meestal hofhoudend in t echtelijke bed, midden in de huiskamer. Vader Bart trots op zijn vrouw en zijn gezin, wij er een beetje omheen, delend in de feestvreugde, de kraamzuster erbij, even wennen, en dan de buurvrouwen, de tantes, de leveranciers, allemaal even feliciteren en even kijken. Ook even genietend van het kleine wezentje in t wiegje. “Wij” was in dit geval alleen de kleine Japie.

Mooier kon nu niet. Hun eerste bevalling samen. Thuis! Oorlog voorbij! Een prachtige zomer! Een meisje! Aardbeientijd. Volop inkomsten! Een roesje. De moeilijke tijd van de oorlog voor even naar achteren.  Bart had in augustus 1946 een lapje aardbeien gezet. Die waren goed gegroeid. In de oogsttijd in juli was hij er druk mee. Aardbeientijd! Tijd van blije opwinding. Twee keer per dag ging hij in die zomer met zijn aardbeien naar de veiling. Hij ging om een uur of 9, was dan om een uur of half twaalf terug, opnieuw plukken, dan weer om een uur of vier naar de veiling, dan om een uur of zes terug, dan weer plukken voor de volgende ochtend. De vruchten groeiden en rijpten zo snel, een wonder … De aardbeien werden in sloffen geplukt. Gevlochten, van een mooi natuurlijk materiaal. Er ging 5 pond aardbeien in een slof. Grote gezinnen kochten een slof bij de groenteboer.

2015051925.pdf (historischekringheemskerk.nl)

Hij ging met de bakfiets of soms met de handkar naar de veiling. Eerst naar de pont in Velsen. En dan verder naar de Breestraat in Beverwijk.  Naar de veiling Kennemerland.

Zo een soort kar was 't,  deze is na al die jaren antiek en dus weer mode geworden.

Nostalgische handkar, hout lxbxh ca. 253x78x95cm » Onlineveilingmeester.nl


Oude handkar - Dordtse Bazar Verhuur (dbverhuur.nl)


Aangekomen bij de veiling, in volgorde van handelen:

  1. Opstellen bij de ingang van de veiling. In de rij van tuinders, de ene nog met de hondenkar, de andere met de bakfiets of de handkar, een kar met een pony ervoor, het paard en de wagen, en een enkel vrachtwagentje. En een beetje kijken, wat heb jij, en jij en jij?
  2. De schrijver van de veiling erbij die de bon maakt.
  3. De keurmeester die de kwaliteit beoordeelt. B.v. 1 A, dan zit je goed, 2 B nou dan heb je geen goeie beoordeling.
  4. En dan langzaam langs de eventuele kopers, naar de veilingmeester.
  5. Daar zitten ook vastberaden kopers, handen aan de knop, wel willen kopen maar voor niet te veel,
  6. De veilingmeester kondigt de producten aan,
  7. Zet de veiling in werking, onder de veilingklok door en …
  8. De prijs is bekend en de aardbeien zijn verkocht.
  9. Afleveren, bij de koper, ergens op het veilingterrein,
  10. Nieuwe kratten en sloffen ophalen bij het fust,
  11. En weer op weg naar huis.


Vanaf een uur of vier ’s morgens, tussen de ritten naar de veiling door, en ’s avonds, voor donker plukte Bart de aardbeien. Ze werden geplukt in sloffen. Je ziet zulke sloffen op de foto in de handen van de vrouw met de aardbeien, op de vorige pagina.  Met de sloffen aardbeien in de bakfiets reed hij twee keer per dag naar de veiling. De aardbeienprijs werd per slof bepaald. In een slof zat 5 pond. 1947 Was een best aardbeien jaar. Mooie vruchten, goede opbrengst, hoge prijs bij de verkoop. Eindelijk een beetje voorspoed. Dat helpt wel even om de ellende van de oorlog een beetje achter te laten. Soms kwamen zijn broers ome Dirk en ome Jan ook helpen plukken.

Bart en Nel vierden even het financiële succesje in 1947, de opbrengst was de moeite waard, ze waren blij en trots op hun bestaan. Een stimulans. Ze hadden het lek boven!

De goede resultaten in het jaar 1947 brachten een investeringsvraag met zich mee. Bart had kunnen sparen na de mooie aardbeienopbrengst. Hij koos ervoor om te investeren, om wat meer tulpen te gaan zetten. Tulpen boden een kans op een hogere opbrengst per vierkante meter. Zijn familie van moeders kant was daar al in thuis. Daar wilde hij naar toe! Voor tulpen had je “teeltvergunning” nodig voor de oppervlakte die je verbouwde, die moest je kopen of huren. Die kocht hij. Dat was investering 1. En er was de mogelijkheid om plantgoed van tulpen te kopen. Kleine bollen, die je dan op kon kweken tot grotere. Grotere bollen brachten meer op dan kleintjes. Ziehier het verdienmodel van de bollenkweker. 

11.  Bijzondere jaren aan de Hagelingerweg (vervolg)

Het wonder was dat zich het succes met de aardbeien in 1949 herhaalde. In het voorjaar is Dick geboren. Ook weer zo’n feestelijkheid. Een prachtige baby, mooi groot en met uitstraling. Jammer dat we van de baby’s geen foto’s hebben.

Eind 1948 had vader Bart op verzoek meegedaan aan een proef van het proefstation in Beverwijk met een groeibevorderend middel, speciaal voor aardbeien. Kennemerland was in die tijd hét centrum van de aardbeienteelt in Nederland. Vandaar dat ook het proefstation vooropliep in onderzoek. Vader Bart was verheugd dat hij gevraagd was om mee te doen aan de proef. De onderzoeker/consulent was de heer Twisk. Ze kenden elkaar nog van de tuinbouwavondcursus die Bart en zijn broer in Hillegom hadden gevolgd, voor de oorlog, toen ze nog bij van Tubbergen werkten. “Meester” Twisk was een heel gemotiveerde consulent die ook een hart had voor de “kleine” tuinders in de streek. Hij hielp ze om ook vooruit te gaan. Bart en hij waren op elkaar gesteld. Bart wilde graag iets opsteken en de heer Twisk gaf hem wat hij zocht.

Het groeibevorderend middel was een daverend succes. Veel en extra grote aardbeien groeiden aan de planten, en vader Bart profiteerde heerlijk van de gunstige markt voor aardbeien. Weer twee keer per dag naar de veiling met de bakfiets. En alle tijd die hij over had plukte hij aardbeien. En van het geld dat overbleef investeerde hij weer een deel in de aanschaf van plantgoed tulpenbollen en teeltvergunning. 

Heel grappig was dat de mensen uit het dorp ook wel in de gaten hadden dat Bart aardbeien plukte. En die kwamen met regelmaat even een slof aardbeien kopen. Zo vierden zij ook een beetje dat de oorlog voorbij was. En voor Bart en moeder Nel leverde dat een heerlijk zakcentje op. Contant geld in de knip. En niet in de boeken.

12.  Nare herinneringen een beetje vergeten aan de Hagelingerweg?

In 1950 werd zussie Nel geboren. Op 16 juli. Weer aardbeientijd. Feest. En optimisme. Ze geloven erin. Bart nam een tuindersknecht in dienst! Iemand die de intensieve tuinderij op de koude grond verstond en iemand op wie Bart kon rekenen. Kees Groot. Hij woonde een klein stukje verder aan de Hagelingerweg, schuin aan de overkant. Een markante man. Opgevoed in het ideaal van de sociaaldemocratie en in de verheffing van de arbeidersklasse. En actief in de vakbeweging en in het natuurbeleid. Hij en zijn vrouw hadden een prachtig gezin dat leefde vanuit de beginselen van het socialisme. Kees wilde in ieder geval een goed mens zijn en hij wilde Bart ook helpen.

Bart en Kees konden superhard werken. Alles ging nog met de hand. Machines werden niet gebruikt aan de Hagelingerweg. Bart en Kees stuwden elkaar op. Ik herinner me dat ze samen het land spitten. In de winter. Vaak ook 3 steek diep. Dan sta je tot aan je dijen in het hei (spitgat). En dat meerdere weken achter elkaar. Superzwaar werk. Ik weet nog dat ze soms allebei op het hei zaten. Allebei met een “inzinking”. Stik kapot. Ik ging vaak kijken bij hen. Als t zover was dan moest ik dat tegen moeder Nel gaan zeggen. Dan moest moeder Nel met “geklutst ei” komen. Veel suikers. En drinken. Dan konden ze weer verder.

De familie Groot was betrokken bij het wel en wee van Bart en Nel. Tijdens de geboorte van Dick en Nel werden wij, kinderen van Bart en Nel naar de familie Groot uitbesteed. Op t eerste gezicht best wel gek, maar we deden niet moeilijk, alsof t vanzelfsprekend was. Heel bijzonder eigenlijk. We hadden wat spelletjes mee en wat tekenspullen. Totdat we gehaald werden: “jullie hebben er een zusje (of een broertje) bij”.  Of we even kwamen kijken … Feest in huize van der Vlugt.

Eind 1952 stapte Kees Groot over van de tuinderij naar de Hoogovens. De Hoogovens werd een steeds grotere werkgever. Met goede arbeidsvoorwaarden en genoeg loopbaan kansen. En een beter loon. Voor Kees ook een plek waar sociale rechtvaardigheid aan de orde kon worden gesteld. Zijn verwachtingen kwamen ruimschoots uit. Hij werd op allerlei vlakken belangrijk bij de Hoogovens.

Als één van de eersten in onze omgeving had hij een filmcamera. Daar maakte hij halverwege de jaren vijftig opnamen mee van de tuinderij van Bart, inclusief de gezinnen van hem en Bart, en inclusief de bloeiende tulpen. Het resultaat kwam hij tonen en we waren enorm blij om ons zo te zien. Jammer dat we die film niet meer hebben. Wat hadden we een ontzag voor de filmer. Die kwam uit een ander tijdperk.

Bijzondere was dat het in ons dorp Santpoort goed te merken was dat de Hoogovens zo een grote werkgever werd. Ze hadden veel mensen nodig, breidden ook nog steeds uit, brachten welvaart. Veel mensen uit het landelijke Kennemerland en nog daarbuiten zagen de kans op zekerheid en welvaart en verruilden de agrarische sector voor een baan bij de Hoogovens. Ook veel mensen van verder weg reisden elke dag heen en weer naar IJmuiden. Dat leidde tot grote vraag naar woningen in de regio van IJmuiden. Zo kwam het dat er ook in ons Santpoort enorm veel nieuwbouw plaats vond. De grond van veel van de plaatselijke tuinders werd opgekocht en tot bouwgrond veranderd.

De Hoogovens gaven werk aan mensen in veel verschillende functies. We zagen het dorp veranderen. Het dorpse en wat agrarische karakter veranderde. Er kwamen meer “burgers” wonen. Tot zo goed als aan de tuinderij van Bart. Santpoort groeide extra met de toenemende welvaart mee. Kees Groot en zijn gezin deelden in die groei. Uiteindelijk betrokken ze het huis op de begraafplaats “De Biezen”, ja inderdaad, het huis waar nu Jacqueline (van ome Jan en tante Jeanne) en Kees wonen met hun gezin.

Nadat Kees Groot naar de Hoogovens vertrok probeerde Bart weer alleen de 1,2 hectare tuinderij te bewerken. Dat was wel te zwaar en te veel. Alles nog met de hand. Alles op kracht. Het was zware grond, een combinatie van klei en veen. Dat heet zavelgrond. Het gewas groeide er goed, maar ook het onkruid tierde welig. Wieden was een bezigheid die heel veel tijd van de tuinders in beslag nam. Iedereen uit de gezinnen werd er ook voor ingeschakeld. Soms kwam ome Dirk even een paar dagen helpen, soms ome Jan.

Bart hield volle moed en volle kracht en ook nog volle wilskracht. Ik denk dat hij zijn eigen beeld over een geslaagde en erkende tuinder wilde aantikken. Meteen ook paste dat in de trots over zijn gezin en zijn vrouw en zeker ook in zijn gevoel van verantwoordelijkheid voor dat gezin. Hij wilde slagen.

Hij huurde er elders land bij voor gladiolenteelt. Eerst in de polder bij kanaal C. Op de klei. Zwaar werk. Een end fietsen ook. Later o.a. ook aan de Kwekerslaan in Santpoort, t land van Oudendijk. Gladiolen leverden werk in de winter op, in die tijd was er nog niet zo veel te doen. En de teelt was niet super intensief. Wel een avontuur.

We vervoerden spullen met een bakfiets en we hadden ook een handkar. Die handkar kwam veel voor in t dorp. Een heel mooie herinnering: als iemand met zo een handkar liep en er kwam bv een brugje op zijn pad, stopte er vanzelf wel een fietser. Die hielp dan even met duwen zodat de kar weer mooi over het brugje ging. Dank U wel.

Later kwam Theo Born in dienst. Ik schat in 1954. Die probeerde oprecht ook zo hard te werken als Bart. Hij wilde ook zo goed zijn. Maar het was hem eigenlijk te zwaar, geen wonder, hij was nog jong, het tempo lag verschrikkelijk hoog. En je moest Bart zien bij te houden, anders had hij t niet naar zijn zin, en dat merkte je. Dat was lastig genoeg. Na een tijd vertrok hij ook. Er was elders veel meer toekomst. Bart pakte de draad weer alleen op. Soms hielpen de kinderen. Het was zwaar.

Optimisme? Hoewel er over de oorlog en de ellende ervan nauwelijks meer werd gesproken merkten we toch dat de schaduw ervan er nog was. Vader Bart had nachtmerries, akelige nachtmerries. We hoorden zijn schreeuwen en jammeren luid door het huis, midden in de nacht. Dat kwam binnen bij ons kinderen. Moeder Nel troostte voor wat ze waard was, maar er woog blijkbaar niks op tegen de verschrikkelijke herinneringen.  Hij vroeg ons zonder woorden om niet te vragen naar de verschrikkingen, zodat hij er niet meteen ook extra aan hoefde te denken. En hij vroeg ons ook, zonder woorden, om niet door te vragen, zodat hij ons de verschrikkingen kon besparen. Alles wat naar buiten kwam ging waarschijnlijk via de nachtmerries.  


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.