14 mei 2026

Op weg naar Apricot Beauty - Deel 6




Even omkijken naar Bart van der Vlugt en zijn omgeving.

 

1e druk, verbeteringen, aanvullingen welkom
Zoetermeer, december 2015 

Op weg naar Apricot Beauty; door Jaap van Bart: een verhaal dat niet is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het is gebaseerd op belangstelling, enig onderzoek, verhalen zoals mijn vader en zijn familie die ooit vertelden, eigen herinneringen, een paar keer ome Jan als gids, een beetje lef ook om de dingen op te schrijven. Beschouw het als verhalende geschiedenis

Enkele verbeteringen n.a.v. reacties

Het is fijn en ook nodig dat er oplettend gekeken wordt naar wat ik schrijf. Het geheugen is altijd secuur en ook op het internet is niet alles in orde wat er staat. We hebben er baat bij dat beweringen en verhalen meer dan een beetje kloppen.

Gelukkig hebben we wel een secure lezer in ons midden, Ome Jan van der Vlugt, de jongste broer van vader Bart. Prachtig toch.

Hij heeft gezien dat ik het geboortejaar van onze Oma Coba van der Vlugt Nijssen niet juit heb weergegeven. Zij is geboren in 1884, op 4 mei, en niet zoals er stond 1883. Ik heb het in de stukken al gecorrigeerd. Dus voor een eventuele latere uitgave in kleine kring van het geheel is er al verbetering toegepast.

Een tweede dingetje loog er ook niet om: vaak zoek ik op het internet bevestiging van de dingen die ik wil schrijven. Soms vind ik er gewoon informatie die ik nodig heb. Maar het internet is ook soms niet eenduidig. Zo vond ik, nadat deeltje 5 de deur uit was, op een site preciezere informatie over het gezin van (bet)overgrootvader Bart en (bet)overgrootmoeder Agatha van der Vlugt. De ouders van opa Dirk blijken een dochtertje te hebben gehad als eerste kindje dat na ruim elf maanden is overleden. Opa Dirk had dus eigenlijk twee zussen van wie er eentje al heel vroeg is overleden. Het meisje heette Anna Margaretha, ze is geboren in oktober 1865 en overleden op 4 september 1866. Dit werpt nog een ander licht op het gezin van Opa Dirk. Hij maakte als nakomertje het gezin niet compleet, maar weer wat completer. Het deed iedereen goed om nog zo’n klein mannetje om zich heen te hebben.

Op deze website staat ook nog eens welke broers en zussen onze oma Coba van der Vlugt Nijssen had en wanneer er één van hen is overleden. Het hoort wel bij die tijd dat zuigelingen en kraamvrouwen risico’s liepen om het niet te overleven, maar als je het zo ziet is het toch schrijnend.

Hoofdstuk 2: Van wie zijn wij er eentje? Waar komen we vandaan? (Vervolg 1)

Landbouwer Nijssen en zijn gezin.

Jacob Nijssen, de vader van onze oma van der Vlugt, was een landbouwer te Schoten. De bekroning op zijn landbouwbedrijf was in 1877, toen Jacob Nijssen een werf, een huis, Weltevreden genaamd, een schuur en een stuk land kocht aan de Rijksweg in Santpoort. In 1902 werd nog een huis ernaast gebouwd. (Nooitgedacht)

Eerder zagen we al dat Jacob Nijssen 13 kinderen kreeg en er helaas 5 moest verliezen bij de geboorte of enige tijd erna. Zijn vrouw Anna Brouwer verloor hij bij de geboorte van zijn zoontje, tegelijk met dat zoontje overigens, op haar 37 jarige leeftijd. Hij hertrouwde en zijn tweede vrouw, Maria Maarschalk schonk hem nog een jongen in 1894, Anton genaamd.

De dochters van onze overgrootvader Jacob Nijssen, onder wie onze oma Coba van der Vlugt, werden meiden die krachtig aanwezig waren. Mee werken op het bedrijf.




En zorgen voor het gezin. Present! Met een hoofdverantwoordelijkheid voor het leiden van het gezin en het morele kompas. De Nijssens waren immers goed katholiek en zich bewust van de katholieke emancipatie-strijd.

Ik noem hier nog even de zussen van onze oma Coba: Anna, Catharina, Maria, Anna, Margaretha en Cornelia. Van deze zussen overleden vroeg: oudste zus Anna, Margaretha en Cornelia. Van haar broertjes nog Petrus en Gerardus. Gerardus werd 11 dagen oud, zijn moeder, Anna Brouwer, overleed na de bevalling.

Hoofdstuk 2: Van wie zijn wij er eentje? Waar komen we vandaan? (Vervolg 1)

Landbouwer Nijssen en zijn gezin.

Jacob Nijssen, de vader van onze oma van der Vlugt, was een landbouwer te Schoten. De bekroning op zijn landbouwbedrijf kwam in 1877, toen Jacob Nijssen een werf, een huis, Weltevreden genaamd, een schuur en een stuk land kocht aan de Rijksweg in Santpoort. In 1902 werd nog een huis ernaast gebouwd. (Nooitgedacht)

Eerder zagen we al dat Jacob Nijssen zijn vrouw Anna verloor op haar 37 jarige leeftijd. Eén van hun kinderen was onze latere oma Coba, de moeder van Vader Bart. Jacob hertrouwde en zijn tweede vrouw, Maria Maarschalk schonk hem nog een jongen in 1894, Anton genaamd.

De Nijssen-kinderen toen hadden sterke karakters en waren ook sterk op elkaar gericht. Ze hielden elkaar voor 100 % scherp en waren toch ook broers en zussen, die elkaar nooit in de steek zouden laten. Ze stuwden elkaar op. De zoons van Jacob, 

de broers Jan, Jaap, Piet, Cor en Anton werden vanaf het begin van de 20e eeuw op hun beurt sterke tuinders, handelaren en bloembollenkwekers in Santpoort en omstreken. Toptuinders, ze stopten al hun talenten, al hun energie, al hun aandacht en veel van hun tijd in de kwekerij en de handel.



Ze deden me even denken aan de Haka, al waren de Nijssens helemaal niet zo luidruchtig. Ze vormden innerlijk en stil een topteam.

Zij waren de ooms van onze Vader Bart. Ze waren al vroeg in zijn leven een voorbeeld voor hem. Dat opgestuwd worden, dat trok hem. Hun manier van tuinbouw bedrijven had voor 100 % zijn aandacht. “Hoe doen ze het?” Hij wilde erbij kunnen, maar dat ging gewoon niet helemaal. De kinderen van de vijf ooms hadden leeftijden die ongeveer gelijk opgingen met die van onze vader Bart. 

Ze waren neven en nichten van hem. Hij wilde er heel graag bijhoren, maar hij en zij waren zich er van bewust dat hij geen echte Nijssen was. Dat zat hem wel eens een beetje dwars. Hij verlangde er naar om daar bij te horen en tegelijkertijd wist hij dat er verschil was. Hij zat niet in hun team.

Tegenslag maakt ons sterker.

De ome Jan van vader Bart, één van de broers van oma Coba, hebben wij, de kinderen van Bart en Nel, nooit gekend omdat hij vroeg overleed, in 1932, een stuk voor de tweede wereldoorlog. Hij liet een gezin achter met, ik dacht, 10 kinderen. Zijn vrouw, tante Mien, moest alleen verder. Dat hakte erin bij de familie. Tante Mien en de kinderen werden niet in de steek gelaten, maar ze namen ook zelf op hun beurt het voortouw. Ze kregen veel respect.

De oudste zoon van die Ome Jan en tante Mien kennen we, als oud Santpoorters, goed: Giel Nijssen uit de Sabastraat in Santpoort, vroeger onze buurman-tuinder.De kinderen van Giel zaten bij ons op school.

Hoofdstuk 2: Van wie zijn wij er eentje? Waar komen we vandaan? (Vervolg 2)

Ome Anton Nijssen, jongste broer van onze Oma Coba van der Vlugt, Peetoom van onze vader Bart.

Het wonder is dat ik een bijdrage van oma Coba van der Vlugt-Nijssen’s jongste broer Anton heb gevonden op het internet. Deze bijdrage is uniek. Hij heeft er zijn memoires geplaatst. De tekst spreekt zo voor zichzelf dat het me het beste lijkt om een groot deel hier over te nemen. Hij is een familielid, en ook een landbouwer die zich de bloembollenteelt eigen maakt en later tot de top van de bloembollenkwekers in Nederland behoorde.

Anton, de jongste broer van onze Oma Coba van der Vlugt-Nijssen. De peetoom van Vader Bart. Hij woonde in Santpoort, oorspronkelijk op het adres waar ook zijn vader woonde: Op hun landbouwbedrijf aan de Rijksweg. We noemen hem verder Ome Anton.



In m’n verhaal hou ik zo mogelijk een zekere chronologische tijdsvolgorde aan. Zo zien we in dezelfde tijdspanne verschillende ontwikkelingen samen komen, dan wel langs elkaar heen gaan. Ontwikkelingen in de bollenteelt, in de families, en bij vader Bart natuurlijk.

Ome Anton brengt ons terug naar de ontwikkeling van de bloembollencultuur en is tevens ons familielid. Hij kwam in die bloembollencultuur nadat hij landbouwer was. Zijn vader kweekte al hyacinten toen Anton nog jong was. (na de eeuwisseling 1900) Anton kwam langzaam maar zeker in het netwerk van de Heeren in de Bollenstreek. En gingen verder op eigen kompas.

Hij werd een motor in de ontwikkeling van de bloembollenteelt, veredelaar, kweker, exporteur, werkgever en deed mee in de bestuurlijke organisatie van de bloembollencultuur. Visionair. Hard. Koersvast.

Zijn verhaal leidt ons ook weer terug naar het ontstaan van de bloembollencultuur: hij behoorde tot degenen die de sector definitief professionaliseerden.

Hier volgen enkele hoofdstukken uit zijn levensloop.

De ik-figuur wordt hier ome Anton. In blauw zijn zijn woorden!

Hoofdstuk 2: Van wie zijn wij er eentje? Waar komen we vandaan? Memoires van Ome Anton : (Vervolg 3)

“Beste Bloembollen liefhebber,

Mijn naam is Anton Nijssen. Ik zal hier enkele van de belangrijkste gebeurtenissen in mijn zaken - carrière memoreren en wel vanaf de tijd dat ik zelfstandig een bescheiden bedrijfje begonnen ben. Dit was in de winter van 1916 - 1917.

Ik stel mij voor dat aantekeningen uit het verleden vooral in latere jaren, voor het nageslacht, dus ook voor u, interessant kunnen zijn vandaar deze memoires.

Als ik nou met het begin wil aanvangen dan moet ik eigenlijk eerst nog even enkele dingen releveren van de tijd vóór dat ik in 1916/17 officieel "eigen baas" werd.
Geboren op 2 oktober 1894 woonde ik met mijn familie in dit huisje aan de Hoofdstraat in Santpoort.



Hoofdstraat, hoek Broekbergerplein te Santpoort


Later, tijdens mijn 9e levensjaar verhuisden we met het hele gezin naar dit nieuw gebouwde Woonhuis (waar ik op 8 jarige leeftijd tijdens de bouw de eerste steen legde) gelegen op 5 are land, aan de Rijksstraatweg nr. 297 te Santpoort. (nu rijksweg 297 te Velserbroek).

Rijksstraat weg 297 te Santpoort jaar 1902

De zg holkast is het glazen kasje midden rechts.

Het was namelijk zo, dat ik, in de jaren daarvoor, toen vader dus nog leefde ondernemingslustig was en pogingen deed om anders dan anderen te proberen iets tot stand te brengen.

Het broeien van bollen was toen nog zeer onbekend en vond nog slechts op zeer bescheiden schaal plaats, althans in Holland. Van wat er op dat gebied in het buitenland plaats vond had ik uiteraard helemaal nog maar weinig begrip.

In oud Schoten aan "De Delft" bij "de Kwakel" woonde een bloembollenkweker genaamd Wolf, deze Wolf, althans de zoon Wolf jr. genaamd Chris Wolf, had een broeikasje waarin hij in de wintermaanden bloembollen trok, in hoofdzaak Tulpen en Narcissen.

Met deze bloemen ging hij in Haarlem de bloemenwinkels af om ze te verkopen. Dit werk nu, trok mij bijzonder aan en ik vroeg aan mijn vader of hij het goed vond als ik dat op bescheiden schaal ook zou gaan proberen en wel in onze z.g. Holkast. Dit was een klein Serrevormig gebouwtje op de Zuidkant tegen de muur van de destijdse koestal gebouwd met een rechtopstaande glaswand. Deze "Holkast" (hollen en snijden zijn handelingen om hyacinten te vermeerderen jv.) werd tegelijk met het huis "NOOITGEDACHT" al in 1902 gebouwd en dat betekende dat mijn vader destijds als hyacintenkweker toch ook al goed "bij de tijd" was want zo'n Holkast was toen zeer modern. De geholde en gesneden hyacinten werden daar toen ook al op gaasbakken bewaard en er werd bij gestookt en de grond en de atmosfeer werd door waterverdamping vochtig gehouden.

In dit kleine Holkastje probeerde ik in de winter een bescheiden aantal Tulpen en Hyacinten tot bloei te brengen. De bollen kosten toen praktisch niets want het was oorlog in Europa (1914)

Mijn vader was het met het "geknoei" van mij niet erg eens want het koste alleen maar tijd en tijd was er toen nooit, tijd was er alleen maar omdat er gewerkt moest worden en daarmee uit. In werkelijkheid verloor ik geen werktijd want ik deed alles s'avonds en 's morgens heel vroeg of in het middaguur en ook zondags. Maar hoe dan ook, er werd lelijk gekeken en gemopperd, alhoewel ik ook wist dat hij, al wilde hij dat dan ook voor mij niet weten, toch wel waardering had voor mijn grote liefhebberij en mijn ondernemingslust.



Een stoomtram van het internet geplukt

Nu moesten echter deze bloemetjes die ik broeide ook nog verkocht worden en dat was een probleem, Voor bloemen waren toen in die tijd altijd nog maar, heel, héél weinig kopers te vinden, er waren slechts enkele bloemenwinkels en dan meestal nog maar met een kleine omzet, enfin ik moest het proberen, en vaak met lood in de schoenen stapte ik met mijn mandje met bloemen op de fiets of op de stoomtram en ging dan de winkels af in Haarlem, Overveen en Bloemendaal. Soms lukte het en raakte ik ze kwijt, maar soms ook niet en moest ik de rest, om de schaamte van me uit te laten lachen te voorkomen, zo stiekem, ongezien ergens weggooien.

Een kar van het internet…

Een ding wil ik ook nog vermelden: Er was destijds in Santpoort een bekende straatventer genaamd Jaap Musch. Het was een berucht type, meer berucht dan beroemd, vooral om zijn grote voorliefde voor jenever maar venten kon hij goed, meestal liep hij met haring of bokking, maar ook wel met appelen, peren of sinasappelen enz. Maar haring en bokking was zijn hoofdhandel. Op een keer stond hij, als gewoonlijk, met een flinke borrel op, met zijn haringkar midden in het dorp Santpoort, precies voor het huis van Dr. de Groot, de huisarts, en hij schreeuwde het uit, weg met Dr. de Groot, vreet mijn haring dan ga je niet dood!

Op een gegeven ogenblik kwam ik op de gedachten om deze geniale verkoper in te schakelen voor de verkoop van mijn bloemen, en dat lukte: Het ging als volgt: Oom Koos Maarschalk een wagenmaker van beroep, maakte voor geld en goede woorden op de handkar van Jaap Musch een glazen kapje. Bij Tabernal kocht ik kleine bloempotjes en plantte er dan in elk potje 3 Tulpjes. Tegen kerstmis waren dat dan Scarlet of witte Ducjes, in januari werden dat Thomas en Fred Moore, La Matala's enz. Uit het bos haalde ik wat groen mos en een Hes-seltakje voor decoratie en zo waren het leuke potjes en ging Jaap Musch er mede op pad en langs de huizen schreeuwend en wel. Dat ging dan natuurlijk op provisie-basis. Het resultaat was aanvankelijk niet onbevredigend, de moeienlijkheid was echter dat vriend Musch, zoals ik hiervoor al schreef, nogal "Dorstig" was en dan kwamen er moeienlijkheden bij de afrekening en klopte de "Kas" wel eens niet!

 

Plaatje van het internet, de stal ontbreekt hier helaas.

En zo kwam hij dan s'avonds na het venten met een flinke brom in, om af te rekenen, mijn vader en ik zaten dan meestal net in de stal onder de koeien als Jaap zijn bevindingen kwam vertellen. Nu, dat was dan natuurlijk goed fout, vader Jaap, die toch al niet erg in z'n schik was met mijn onderneming, barste dan ook los en dat waren dan wel kritische momenten.

Al deze dingen speelde zich af in de jaren 1914-1915. Wat ik ook nog in de zomer van 1914 aan idee kreeg was een klein foldertje op te stellen met een offerte in bloembollen en deze uit te sturen aan particulieren, villabewoners, inrichtingen, kloosters enz. De bollen waren toen waardeloos want het was overal oorlog en er was geen handel. Ik ging naar drukkerij Cornegge voor mijn offerte om te vragen wat het moest kosten, want je begrijpt, geld was er niet veel, en er moesten ook nog postzegels komen.

Het was in elk geval zo, dat ik fl.50,- te kort kwam. Deze fl. 50,- leende Oom Jaap (mijn Peetoom) mij, en ik startte en stuurde mijn offertes uit naar alle mogelijke adressen die ik maar vinden kon. Het resultaat ?. Ik kwam er zonder kleerscheuren uit en ik kon Ome Jaap z'n fl 50,- teruggeven maar er bleef niets over.



In 1916 is mijn vader dan gestorven. Dit kwam doordat mijn vader op 16 juni overleed tengevolge van een ongeluk met de stoomtram. Vader reed met een volbeladen wagen met groenten, waarbij ik hem met het laden geholpen had van het erf weg en hoorden en zag de tram niet aankomen en reed er zo onder. Na enkele uren van heel veel pijn overleed hij. en veranderde de situatie geheel.

 

Uit de website: http://www.antonnijssen.nl

Eventuele taalfouten heb ik laten staan, vanwege de authenticiteit JvdV

Op weg naar Apricot Beauty - deel 5


 
Even omkijken naar Bart van der Vlugt en zijn omgeving.  
 
 
 
Boven links en rechts: (bet)overgrootvader Jacob Nijssen en zijn vrouw, (bet)overgrootmoeder Anna Brouwer.
Onder links en rechts (bet)overgrootmoeder Agatha Duijn en haar man (bet)overgrootvader Bart van der Vlug

Naar schatting is deze foto van ongeveer 1890
 
 
 

Bart van der Vlugt 1913-1988

 
1e druk, verbeteringen, aanvullingen welkom
Zoetermeer, januari 2016
Jaap van Bart

Op weg naar Apricot Beauty; door Jaap van Bart: een verhaal dat niet is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het is gebaseerd op belangstelling, enig onderzoek, verhalen zoals mijn vader en zijn familie die ooit vertelden, eigen herinneringen, een paar keer ome Jan als gids, een beetje lef ook om de dingen op te schrijven. Beschouw het als verhalende geschiedenis

 

Van wie zijn wij er eentje? Waar komen we vandaan?

 

De trouwfoto van opa Dirk en oma Coba. Ze trouwden op 26 november 1908

Onze vader, Bart van der Vlugt werd geboren op 5 mei 1913 te Heemstede. Zijn vader was Dirk (Theodorus) van der Vlugt en zijn moeder Coba (Jacoba) Nijssen. Ze trouwden op 26 november 1908 in Velsen. En gingen in Heemstede wonen waar hij het beroep van tuinier uitoefende.

Jacoba Nijssen was de moeder van vader Bart, onze oma dus. Ze is geboren op 4 mei 1884. In Schoten bij Haarlem. De moeder van onze vader Bart kwam uit een landbouwersgezin.


De familie Nijssen

Het is waarschijnlijk dat de Nijssens ook in vroeger eeuwen in Schoten woonden en daar de landbouw bedreven.

Schoten bestaat nu niet meer als zelfstandige plaats. Het is opgenomen door Haarlem.

Voor de woonplaats Schoten van toen moet je nu denken aan Velserbroek waar ome Jan en Henny wonen, nog beter aan de Hofgeest dat nu een deel is van Velserbroek, aan land richting Spaarndam en aan het huidige Haarlem-Noord. Schoten was een echte, uitgestrekte, plaats zoals Haarlem en Velsen nu nog zijn. Santpoort hoorde bij Velsen.

De Nijssens in de 2e helft van de 19e eeuw, (1850-1900) met terugwerkende kracht in een paar woorden geschetst: bekwame landbouwers, harde werkers, sterke visie op hun bedrijf, overtuigd waar het heen moest, flinke lap grond, focus op vooruitgang, overtuigd van de kracht van elkaar, op elkaar gericht door dik en dun, goed katholiek, als het op zaken doen aan kwam slim en doelgericht. Besef van de kwetsbaarheid van het leven zonder er door van de benen te geraken, visie op het leven, gevestigd in het bestuur van de gemeenschap, scherp vooruitziend, een goed besef van eigen waarde, sterke tak, ook al door veel tegenslag en verdriet!
 

De vader en moeder van onze oma Coba

Op 4 mei 1884 werd vader Bart’s moeder Coba geboren in het landbouwersgezin van Jacob Nijssen en Anna Brouwer. Jacob en Anna zijn getrouwd in 1876. Ze waren toen resp. 23 en 21 jaar.



(bet)ovegrootmoeder Anna Brouwer (1855-1892)

De moeder van onze oma Coba, Anna Brouwer is in 1855 geboren, op 15 augustus in Schoten. Ze schonk 13 kinderen het leven. Vijf van hen kwamen tijdens of vlak na de geboorte te overlijden. 

Anna stierf in het kraambed op 37 jarige leeftijd evenals haar baby-zoontje Gerardus. (20-11-1892)

Onze oma Coba was het zesde kind van de dertien. Ze was negen toen haar moeder stierf


(bet)overgrootvader Jacob Nijssen (1853-1916)

Jacob Nijssen, is van 11 september 1853, geboren in Schoten. Landbouwer. Jacob was 39 jaar toen zijn vrouw en zoontje stierven. Hij hield op dat moment in zijn eentje de zorg voor 7 kinderen in de leeftijd tussen 1 en 15 jaar.
Na het overlijden van zijn vrouw Anna hertrouwde hij na één jaar met Maria Maarschalk die in Rijnsaterwoude is geboren in 1858. Ze trouwden in 1893. Een jaar later werd hun zoon geboren: Anton. Hij is de jongste broer van onze oma Coba. En peetoom van vader Bart.

Jacob Nijssen is in juni 1916 omgekomen terwijl hij met paard en wagen met een vracht groenten op weg was naar de groenteveiling. Hij moest de pas aangelegde stoomtrambaan oversteken, vergat even op te letten, misschien een beetje in gedachten en kwam onder de stoomtram. Ai….

Hij werd 62 jaar.

Maria Maarschalk, de tweede vrouw van Jacob, stierf op 12 februari 1920 te Velsen.

Coba Nijssen, onze oma, was een sterke vrouw. Ze had visie op haar leven en op verantwoordelijkheid voor haar omgeving. Ze was goed in loyaliteit. Ze gaf richtinggevend leiding aan haar huisgezin en kon op haar beurt ook weer rekenen op een sterke loyaliteit van haar gezin jegens haar. Ik herinner me haar manier van contact maken. Je had echt het gevoel dat ze je kende, dat ze aandacht voor je had. En meteen ook was er geen enkele twijfel over haar gezag. Dat was er gewoon. Dat wist je. Wie lijken nog uiterlijk op haar? Mijn zussen Nel en Coby doen me aan haar denken, maar wie weet zien jullie weer andere gelijkenissen.




Hier ziet U haar op een foto met ome Jantje, met Rinny Olykan, de helaas onlangs overleden oudste dochter van onze Tante Agaath en Richard, één van haar broertjes. De foto laat trouwens een mooi iets zien van de afstand van het woonhuis en het erf van de Zandplaat tot aan de Vijfhuizerdijk die in de verte te zien is.

Onze oma Coba was buitengewoon goed in het bieden van nabuurschap. Ze was op de hoogte van het wel en wee van de mensen in de buurt en hield rekening met de dingen die zouden gebeuren. 

Bijvoorbeeld als iemand zwanger was dan volgde ze dat, als iemand ziek was overzag ze wat er mis ging, als ergens problemen waren met de kwekerij van één van de buren dan overzag ze die. Ze was helemaal geen vrouw die zich overal mee bemoeide, in tegendeel, ze had aan een paar tekens genoeg en kwam in actie wanneer het aan de orde was. Ze gaf haar kinderen dan opdracht om naar de betreffende buren toe te gaan en daar dingen te gaan doen, of dingen te brengen. Ik herinner me een kleine situatie: “Bij Witteman is een kindje geboren, de moeder is verzwakt. Bart, wij hebben biest. Melk de koe en breng dat naar mevrouw Witteman.” (Biest is de eerste melk van een koe die gekalfd heeft. Erg gezond en sterkend, de buitenmens gelooft daarin).

De van der Vlugten

De vader van onze vader Bart was Dirk (Theodorus) van der Vlugt. Volgens de burgerlijke stand van 15 juli 1880. Zijn familie kwam uit Haarlemmerliede en Spaarnwoude. De grootvader van Vader Bart aan van der Vlugt kant.

De vader van Opa Dirk heette Bart. Onze (bet)overgrootvader. Hij is geboren in 1825, op 7 september, in de Haarlemmerliede. Geboren in het huis staande wijk C nr: 85 te Haarlemmerliede & Spaarnwoude. Aardwerker, tuinier, Werkman staat er op zijn kaart bij de burgerlijke stand.

 

(Bet)overgrootvader Bart van der Vlugt (1825-1899)

Volgens ome Jan werkte hij later op een “Buiten” in Heemstede. Hij was niet zo groot, rossig, en grappig. (familiekrant 1999, ter gelegenheid van de 90e verjaardag van onze tante Gaath). (Bet)overgrootvader Bart is in 1899 overleden.

(Bet)overgrootvader Bart trouwde met Agatha Henrika Duijn, zij is geboren in Schoten, in 1836.

Ze trouwden in 1864, hij was toen 39 jaar en zij 28. Later woonden zij aan de Binnenweg in Heemstede.

Ze overleed in 1915 te Heemstede


Betovergrootmoeder Agatha Henrica van der Vlugt-Duijn (1836-1915)

Ome Jan schrijft dat onze overgrootvader Bart de drooglegging van de Haarlemmermeer nog van nabij heeft meegemaakt. (medio 19e eeuw)


het Haarlemmermeer in volle glorie

Bart en Agatha trouwen dus op wat latere leeftijd, hij 39, zij 28. In 1864. Vooral (bet)overgrootvader was dus wat ouder. In oktober 1865 wordt hun dochtertje geboren, Anna Margaretha. Helaas verloren ze haar op 4 september 1866. Ze was toen 11 maanden. Een verdrietige klap. In 1870 wordt Jaap geboren, hun zoon, de oudste broer van opa Dirk. (Bet)overgrootvader Bart was toen 45 jaar. Moeder Agaath 34.

http://www.gerdaloogman.nl/passie/sites/stamboom_gezin.php?kid=23 06&pid=9434241

In maart 1972 kwam Maria, een dochtertje en in 1876 kwam Wouter, broer van onze opa Dirk en het vierde kind van Bart en Agatha.

Betovergrootvader Bart was toen 51 jaar, zijn vrouw Agatha 40. En op 15 juli 1880 schonk (bet)overgrootmoeder Agatha het leven aan hun jongste kind, …..onze opa Dirk. Zij was toen 44 jaar en Bart was inmiddels al 55 jaar.

Ome Jan kan vertellen dat het gezin van Bart en Agatha heel blij was met de komst van de kleine Theodorus, die Dirk werd genoemd.

Volgens ome Jan maakte hij de familie blij en completer met zijn (late) aanwezigheid.


Een fotootje van het internet

Het feit dat hij de jongste was zou hem, voor zover ik daar wel eens iets over heb horen zeggen, wel wat gedaan hebben. Iedereen vond het leuk dat er nog een jongetje kwam. Het gaf het gezin een beetje extra vreugd. Die lichte gloed kwam ook over hem. Hij wist zich in de aandacht, kon daar ook van genieten. Hij leerde er ook mee te spelen, kon de aandacht ook mooi beantwoorden. Hij was gezien. Hij had ook zin om het leven een beetje goed aan te pakken. Als jongste kon hij op zijn beurt goed de dingen oppikken uit de ervaringen van de anderen thuis.

Uiteindelijk koos hij er voor om hovenier te worden. Dat paste bij hem. Na verschillende wat kleinere werkgevers kwam hij na verloop van enkele jaren in dienst bij het gerenommeerde hoveniersbedrijf van Empelen & van Dijk in Heemstede. De Buitens en de Herenhuizen waren de klanten van dit bedrijf.

Hieronder een stukje van hun website.

Empelen & van Dijk

Wanneer u praat over tuinontwerp, - aanleg en – onderhoud is Empelen & van Dijk een begrip in Haarlem en omstreken. Vanaf 1914 staan van Empelen en van Dijk klaar om de nodige werkzaamheden te verrichten voor particulieren, bedrijven en instellingen. Met alle veranderingen die wij hebben meegemaakt op tuingebied, heeft kwaliteit en vakmanschap altijd voorop gestaan.

Via deze website willen wij u een indruk geven van de werkwijze die u van ons mag verwachten. Verder vindt u foto's van tuinen en bedrijventerreinen die door ons zijn ontworpen, aangelegd of worden onderhouden. Wenst u meer informatie te ontvangen of wilt u vrijblijvend een afspraak maken dan kunt u ons bellen of een e-mail sturen.

Alvast veel tuinplezier en graag tot ziens!

Dat onze opa Dirk een vak als tuinier had gekozen ligt in de lijn van de wereld waarin hij opgroeide. Daar was vraag naar. Er was ook eer mee te behalen. Het was een mooi vak. Een vak kunnen leren was trouwens een vorm van welvaart en geluk. Het gaf zekerheid. Voor de Hovenier is “tot de verbeelding doen spreken” een motief. De hovenier moest voor wat betreft de Buitenhuizen dicht bij de klanten staan. Hij moest hen op zo’n manier bedienen dat de tuin voor hen bleef leven en iets ging uitstralen dat paste bij de bewoners en hun behuizing en buitenboel. De “Buitens” waren van meet af aan in de weer met hun tuinen en parken. De hoveniers waren hun rechterhand daarbij. Ze stonden dicht bij de leefwereld van de Heeren.

 


Later had hij nog veel handigheid en ook veel plezier in het ontwerpen en bijhouden van de sier- en moestuin op zijn eigen tuinderij “de Zandplaat” in de Haarlemmermeer. Hier poseert hij, al op wat oudere leeftijd, met de poes in zijn armen op een creatief plekje in de tuin. Ik denk ook een pijp te zien.

Opa Dirk trad in zijn vrije tijd op bij bruiloften en partijen. Hij werd gevraagd als conferencier of ceremoniemeester. Daarin was hij succesvol. Schreef zelf ook teksten. Kon goed voordragen. Hij hield van spel. Genoot ook van de aandacht. Kon er goed mee omgaan. Kon het ook sturen.

Een nummertje dat in zijn tijd op verzoek altijd wel even voorbij moest komen was het nummer van Rooie Bart: Rooie Bart was dood, de begrafenisstoet kwam langs het café, rooie Bart werd in zijn kist even onder het biljart gezet, een glaasje teveel, op naar het kerkhof, héé: Rooie Bart vergeten. Rooie Bart staat nog onder het biljart. En dat in een lied/tekst met een aantal coupletten. Voorgedragen.

Ik doe hem tekort hiermee. Weet niet eens meer zeker of híj dat nummertje ook bracht. Ik herinner me het van vroeger op feesten toen ik nog heel klein was. En de familie Moolenaar (ome Thijs) hadden ook van die optredens. Opa Dirk had een rijk repertoire. Maar ik heb er geen materiaal van. Jammer.

Het zou de vraag zijn of zoiets als Rooie Bart nu nog wat teweeg zou brengen, maar toen zat iedereen te wachten op zo’n moppie van de conferencier. Terwijl iedereen het nummer al kende, want het was altijd een “momentje” tijdens zo’n feest. Het moest gewoon effe. Het hoorde erbij. Daarmee werd de sfeer lekker los en kon men weer verder op het feest.

Bij gelegenheid moet je me ook eens vragen om zijn spelletje voor kleine kinderen Tik-Tak-Torrrrr nog eens op te voeren.


(horloge komt van het internet) 

Hij kon ons kindjes ook heel blij maken door ons te laten luisteren naar het tikken van zijn mooie horloge dat aan een prachtig kettinkje aan zijn vest was vastgemaakt en dat rustte in een vestzakje.

Zijn broer Wout stapte compleet uit het “agrarisch leven” en zo de moderne tijd in. Hij ging bij de Spoorwegen werken. Het Spoor werd indertijd gezien als een heel goede werkgever. Zijn broer Jacob volgde Wout en kwam ook bij het spoor terecht.